Strafrechtelijke veroordeling voor niet meewerken aan boekenonderzoek

Afgelopen week viel mij een uitspraak van de strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op. De verdachte werd veroordeeld omdat opzettelijk niet was meegewerkt aan een boekenonderzoek van de Belastingdienst (Gerechtshof Amsterdam, 23-000417-21, ECLI:NL:GHAMS:2024:3663). In deze uitspraak bevestigt het Hof de uitspraak van de rechtbank (Rechtbank Amsterdam, 81/032819-20, ECLI:NL:RBAMS:2021:401), maar legt een hogere straf op. De verdachte wordt veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uur taakstraf.

Casus

Wat was er aan de hand. De Belastingdienst kondigt op 27 november 2015 een boekenonderzoek aan bij een van de BV’s waarvan verdachte bestuurder was. Er wordt een afspraak gemaakt voor 12 januari 2016 maar deze afspraak wordt op de ochtend van de afspraak afgezegd.

Dat herhaalt zich een aantal keren gedurende het jaar. Uiteindelijk lukt het om op 30 maart 2017 daadwerkelijk af te spreken. Het onderzoek is echter niet volledig omdat de door de BV ontvangen facturen ontbreken. De inspecteur spreekt met de verdachte af dat de ontbrekende inkomende facturen op 7 april 2017 alsnog naar de Belastingdienst zullen worden gebracht, maar dat gebeurt niet. Verdachte geeft aan dat hij de stukken per post zal versturen maar ook dat gebeurt niet.

De inspecteur start vervolgens ook een boekenonderzoek bij de andere BV. Hier ontstaat hetzelfde beeld. Gemaakte afspraken worden steeds afgezegd en uiteindelijk komt er niks of vrij weinig.

Uitspraak Hof

Het Hof beslist dat verdachte zich gedurende zo’n anderhalf jaar schuldig heeft gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk niet meewerken aan controles door de Belastingdienst door de administratie niet (volledig) te verstrekken.

Het Hof rekent het de verdachte hierbij aan dat hij de Belastingdienst langere tijd aan het lijntje heeft gehouden.

De verdachte heeft volgens het Hof de controlerende taak van de Belastingdienst op ontoelaatbare wijze gefrustreerd.

In de praktijk

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk? Moet je je nu zorgen gaan maken als een boekenonderzoek niet volgens het boekje verloopt en de ambtenaar vindt dat hij te lang moet wachten op de gevraagde stukken?

Dat denk ik eerlijk gezegd niet. Ik deel deze uitspraak van het Hof omdat het laat zien dat een onderzoek wel een serieuze aangelegenheid is en dat daaraan moet worden meegewerkt. Termijnen kunnen niet eindeloos kunnen worden gerekt.

 Andere aanpak mogelijk?

Had de Belastingdienst dit ook anders kunnen aanpakken/oplossen? Ik denk het wel en dat zie je ook geregeld. Als het alleen gaat om inkomende facturen dan kan de inspecteur de aftrek van die kosten en de vooraftrek schrappen. Heeft hij geen of gebrekkige informatie over de inkomsten dan kan hij de opbrengst schatten aan de hand van branchegegevens die beschikbaar zijn. Bij een schatting mag hij aan de hoge kant gaan zitten?

Waarom dan strafrechtelijke vervolging? Zonder dossierkennis is dat lastig aan te geven, maar ik vermoed dat het feit dat de ambtenaren langere tijd aan het lijntje zijn gehouden daarbij wel een rol heeft gespeeld.

 

Vorige
Vorige

Wanneer is de vereiste aangifte niet gedaan?

Volgende
Volgende

Wanneer mag de inspecteur bewijs uit een strafrechtelijk onderzoek niet gebruiken?