Het doen van aangifte

De juiste aanpak voor het doen van aangifte

Aangifte aanslagbelasting (inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting)

  • Als een belastingplichtige wordt uitgenodigd om aangifte te doen moet hij de aangifte indienen. Een belastingplichtige krijgt per belastingmiddel een uitnodiging om aangifte te doen. Een uitnodiging is dus niet vrijblijvend. Ook als hij meent dat hij niet belastingplichtig is. Hij kan dan een zogenoemde nihilaangifte doen. De belastingplichtige vult dan geen inkomen in. Belastingplichtige kan in een afzonderlijk bericht of brief motiveren waarom hij meent niet belastingplichtig te zijn.

    Om een vergrijpboete te kunnen opleggen moet de belastingplichtige een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Er moet hem opzet of grove schuld kunnen worden verweten. De inspecteur moet de opzet of grove schuld doen blijken. Dat is een zware bewijslast. Van belang is dus dat bijvoorbeeld niet alleen te weinig omzetbelasting is betaald maar dat belastingplichtige ten aanzien van de te weinig betaalde omzetbelasting opzet of grove schuld kan worden verweten. Voor de vaststelling van opzet of grove schuld is van belang wat belastingplichtige dacht maar ook hoe een en ander is gelopen. Als belastingplichtige zijn administratie niet op orde heeft of er ontbreken onderdelen van de administratie, dan is de kans dat het juiste bedrag aan belasting wordt betaald niet zo groot. Gesteld zou dan bijvoorbeeld kunnen worden dat door de administratie op deze wijze in te richten en bij te houden, belastingplichtige de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat te weinig belasting zou worden geheven of worden betaald. Er is dan sprake van voorwaardelijk opzet. De inspecteur kan een boete wegens opzet opleggen.

  • Een belastingplichtige die wel inkomen heeft genoten maar geen uitnodiging om aangifte te doen heeft ontvangen, moet daar zelf om vragen. Hij mag een half jaar wachten maar als hij dan nog niet is uitgenodigd moet hij daar alsnog binnen 2 om verzoeken. Op het niet vragen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte staat een boete van maximaal €5.514. In de praktijk wordt deze boete niet opgelegd.

  • De inspecteur mag belastingplichtige ook nog uitnodigen om een aangifte in te dienen als de aanslagtermijn van 3 jaar is verstreken. Als de inspecteur nog kan navorderen kan hij belastingplichtige verzoeken om een aangifte in te dienen. De navorderingstermijn is 5 jaar en soms 12 jaar als het inkomen of vermogen in het buitenland is opgekomen of -is aangehouden. Zowel de aanslagtermijn als de navorderingstermijn wordt verlengd met het verleende uitstel voor het doen van aangifte. Zie voor meer informatie over aanslagtermijnen het onderwerp “Systemen van heffing”.

  • De inspecteur stelt een termijn waarbinnen de aangifte moet zijn ingediend. Belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting kunnen tot 1 mei de aangifte indienen. De aangifte vennootschapsbelasting moet voor 1 juni worden ingediend. Voor het indienen van de aangifte kan uitstel worden gevraagd. Het uitstel is tijdig gevraagd als het voor het einde van de termijn is ingediend. Als duidelijk is dat de termijn niet zal worden gehaald, wacht dan niet te lang met het verzoeken om uitstel. Het kan een aantal weken duren voordat er een beslissing wordt genomen.

    Ondernemers die de aangifte door een adviseur laten indienen, worden meestal opgenomen in de uitstelregeling voor ondernemers. Er hoeft in dat geval niet afzonderlijk om uitstel te worden verzocht, tenzij langer uitstel nodig is.

Problemen rondom de aangifte

Problemen ontstaan als:

1.Er geen aangifte wordt ingediend

2. De aangifte onjuist of onvolledig is

3. De aangifte te laat wordt ingediend

  • Als er geen aangifte wordt ingediend, terwijl belastingplichtige wel is uitgenodigd, kan dat verschillende gevolgen hebben. De inspecteur kan ambtshalve een aanslag vaststellen. Dat betekent dat hij het bedrag van de belastingschuld schat. De inspecteur krijgt van de belastingrechter veel ruimte bij het maken van een schatting en mag aan de hoge kant gaan zitten. De willekeur is volgens de rechtspraak de grens. Met andere woorden de heffing mag niet willekeurig zijn.

    Daarnaast kan de inspecteur boete opleggen wegens het niet doen van aangifte. Dat kan een verzuimboete zijn van maximaal €5.514, maar als de inspecteur meent dat er opzettelijk geen aangifte is ingediend kan hij een vergrijpboete opleggen van maximaal 100% of in geval van box 3 inkomen, 300%, van de niet aangegeven belasting. Zie het onderwerp ‘Verzuimboetes’ en het onderwerp ‘Vergrijpboetes’ voor meer informatie hierover.

    Als de inspecteur ambtshalve een aanslag oplegt, heeft dat ook gevolgen voor de bewijslastverdeling en de zwaarte van de het bewijs. Als de inspecteur aannemelijk kan maken dat belastingplichtige wel inkomen heeft genoten en ten onrechte geen aangifte heeft gedaan, moet belastingplichtige overtuigend aantonen dat de belastingaanslag onjuist. In de praktijk is dat een lastige bewijspositie. Zie onderwerp 'Bewijs' voor meer informatie over de omkering en verzwaring van de bewijslast.

    Kortom, ook als belastingplichtige ervan overtuigd is dat hij ten onrechte is uitgenodigd tot het doen van aangifte, is het verstandig om de aangifte wel in te indienen en te motiveren waarom er een nihilaangifte wordt ingediend. Dat kan veel problemen voorkomen. Een eenmaal opgelegde belastingaanslag gaat niet vanzelf van tafel. Er moet bezwaar worden gemaakt om ervoor te zorgen dat de belastingaanslag wordt vernietigd.

  • De inspecteur kan een vergrijpboete opleggen als belastingplichtige opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte heeft ingediend. De inspecteur moet overtuigend aantonen dat te weinig belasting is aangegeven en dat dit aan de opzet van belastingplichtige is te wijten. Dat is een zware bewijslast waaraan de inspecteur niet eenvoudig kan voldoen. De opzet kan soms ook uit de omstandigheden worden afgeleid. Bijvoorbeeld als belastingplichtige zijn administratie niet op orde heeft en dat ook weet. De kans dat hij in dat geval een juiste aangifte indient, is dan niet zo groot. Door zijn administratie niet goed bij te houden, aanvaardt de belastingplichtige de kans dat de aangifte onjuist is. De inspecteur kan de opzet via die weg bewijzen.

    De boete bedraagt maximaal 100% van de belasting die anders niet geheven zou zijn. Betreft het box 3 inkomen dat bedraagt de maximale boete 300%. Zie het onderwerp 'Vergrijpboetes' voor informatie over het opleggen van vergrijpboetes.

    Als de inspecteur kan bewijzen dat te weinig inkomen is aangegeven, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard als het niet aangegeven deel substantieel is (Vanaf 10% van de totaal verschuldigde belasting). Kennis van een adviseur wordt toegerekend aan de belastingplichtige. In het voorbeeld van de onvolledige administratie betekent dat belastingplichtige aan die bewijslast kan voldoen als hij over een goede administratie beschikt en die heeft hij nu juist niet. De administratie alsnog volledig maken kan volgens de belastingrechtspraak niet meer.

    Zie voor meer informatie over bewijs bij boetes en omkering en verzwaring van de bewijslast het onderwerp “Bewijs”.

  • Als de aangifte te laat is ingediend kan de inspecteur een verzuimboete opleggen. 


    Wanneer is de aangifte te laat ingediend?

    De inspecteur stelt bij de uitnodiging tot het doen van aangifte een termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend. Belastingplichtige kan om verlenging van die termijn verzoeken. Belastingplichtige/ondernemer die de aangifte door een adviseur laat indienen, worden meestal in de uitstelregeling van de adviseur meegenomen. Er hoeft dan niet afzonderlijk om uitstel voor het doen van aangifte te worden verzocht.

    Als belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte maar deze niet binnen de (verlengde) aangiftetermijn indient, wordt de belastingplichtige aangemaand om de aangifte alsnog te doen. Doet hij de aangifte niet alsnog binnen de in de aanmaning gestelde termijn, dan is de aangifte te laat ingediend. De inspecteur kan in dat geval een verzuimboete opleggen bij de aanslag.


    Hoogte verzuimboete

    Het wettelijk maximum is €5.514. Dat bedrag wordt niet direct opgelegd. De boete wegens het niet tijdig doen van de aangifte inkomstenbelasting is 7% van het wettelijk maximum en bij de vennootschapsbelasting bedraagt de boete in beginsel 50% van het wettelijk maximum.

    De inspecteur hoeft voordat hij een verzuimboete oplegt geen onderzoek te doen of er redenen zijn waarom een boete achterwege moet blijven of een lagere boete moet worden opgelegd. Belastingplichtige moet bezwaar maken en de argumenten daarvoor zelf naar voren brengen. Zie onderwerp 'Verzuimboetes' hoe je een verzuimboete kunt bestrijden.

Na de aanslag ingediende aangifte

Een na de aanslag ingediende aangifte wordt niet meer als aangifte aangemerkt, maar als een bezwaarschrift tegen de opgelegde aanslag. Voor de inkomstenbelasting geldt vanaf 1 januari 2024 dat een na de aanslag ingediende digitale aangifte wordt aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering. Als bij de aanslag ook een boete is opgelegd, moet hiertegen afzonderlijk bezwaar worden gemaakt.

Aangiftebelasting (omzetbelasting en loonbelasting)

Voor aangiftebelastingen zoals de omzetbelasting en de loonbelasting moet meerdere keren per jaar aangifte worden gedaan.

Voor de omzetbelasting moet meestal per kwartaal een aangifte worden ingediend. Voor de loonbelasting moet maandelijks aangifte worden gedaan. De verplichting om aangifte te doen ontstaat als belastingplichtige of inhoudingsplichtige, in het geval van de loonbelasting, is uitgenodigd tot het doen van aangifte. Uitnodiging voor het doen van aangifte vindt plaats door middel van een aangiftebrief.

  • Als belastingplichtige geen uitnodiging ontvangt voor het doen van aangifte moet hij erom verzoeken. Dat verzoek moet hij doen voordat de verschuldigde belasting moet zijn betaald. De loonbelasting over januari moet op 28 februari zijn betaald. Ontvangt belastingplichtige geen uitnodiging dan moet hij voor 28 februari verzoeken om te worden uitgenodigd.

    Daarnaast kan de inspecteur boete opleggen wegens het niet doen van aangifte. Dat kan een verzuimboete zijn van maximaal €5.514, maar als de inspecteur meent dat er opzettelijk geen aangifte is ingediend kan hij een vergrijpboete opleggen van maximaal 100% of in geval van box 3 inkomen, 300%, van de niet aangegeven belasting. Zie het onderwerp ‘Verzuimboetes’ en het onderwerp ‘Vergrijpboetes’ voor meer informatie hierover.

    Als de inspecteur ambtshalve een aanslag oplegt, heeft dat ook gevolgen voor de bewijslastverdeling en de zwaarte van de het bewijs. Als de inspecteur aannemelijk kan maken dat belastingplichtige wel inkomen heeft genoten en ten onrechte geen aangifte heeft gedaan, moet belastingplichtige overtuigend aantonen dat de belastingaanslag onjuist. In de praktijk is dat een lastige bewijspositie. Zie onderwerp 'Bewijs' voor meer informatie over de omkering en verzwaring van de bewijslast.

    Kortom, ook als belastingplichtige ervan overtuigd is dat hij ten onrechte is uitgenodigd tot het doen van aangifte, is het verstandig om de aangifte wel in te indienen en te motiveren waarom er een nihilaangifte wordt ingediend. Dat kan veel problemen voorkomen. Een eenmaal opgelegde belastingaanslag gaat niet vanzelf van tafel. Er moet bezwaar worden gemaakt om ervoor te zorgen dat de belastingaanslag wordt vernietigd.

  • De aangifte is tijdig ingediend als het uiterlijk op de laatste dag van de termijn is ontvangen. De termijn eindigt een maand na het einde tijdvak (kwartaal of maand). De aangifte loonbelasting over de maand mei moet dus uiterlijk op 30 juni zijn ingediend.

    De boete bedraagt maximaal 100% van de belasting die anders niet geheven zou zijn. Betreft het box 3 inkomen dat bedraagt de maximale boete 300%. Zie het onderwerp 'Vergrijpboetes' voor informatie over het opleggen van vergrijpboetes.

    Als de inspecteur kan bewijzen dat te weinig inkomen is aangegeven, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard als het niet aangegeven deel substantieel is (Vanaf 10% van de totaal verschuldigde belasting). Kennis van een adviseur wordt toegerekend aan de belastingplichtige. In het voorbeeld van de onvolledige administratie betekent dat belastingplichtige aan die bewijslast kan voldoen als hij over een goede administratie beschikt en die heeft hij nu juist niet. De administratie alsnog volledig maken kan volgens de belastingrechtspraak niet meer.

    Zie voor meer informatie over bewijs bij boetes en omkering en verzwaring van de bewijslast het onderwerp “Bewijs”.

  • De inspecteur kan uitstel voor het doen van aangifte verlenen maar in het normale aangiftepatroon is dat niet gebruikelijk.

Problemen rondom de aangifte

Problemen ontstaan als:

1.Er geen aangifte wordt ingediend

2. De aangifte onjuist of onvolledig is

3. De aangifte te laat wordt ingediend

4. De belasting die op aangifte moet worden betaald niet (tijdig) of niet volledig wordt betaald.

  • Als geen aangifte is gedaan, terwijl er wel omzetbelasting of loonbelasting verschuldigd is, kan de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. De belasting- of inhoudingsplichtige moet wel zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Dat is niet altijd het geval. Als de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard, zal de inspecteur de niet betaalde belasting schatten. Van de belastingrechter krijgt hij daarbij veel ruimte. De willekeur is de grens.

    Zie het onderwerp 'Bewijs' voor meer informatie over omkering en verzwaring van de bewijslast en de voorwaarden die daarbij gelden.

  • Vaker dan het helemaal niet indienen van de aangifte komt bij aangiftebelastingen voor dat de inspecteur meent dat de aangifte onjuist of onvolledig is.

    Als de inspecteur kan bewijzen dat verhoudingsgewijs een omvangrijk bedrag/substantieel bedrag niet is betaald, wordt de bewijslast omgekeerd verzwaard. De belastingplichtige moet dan wel zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Kennis van een adviseur wordt toegerekend aan de belastingplichtige.

    Zie het onderwerp 'Bewijs' voor meer informatie over omkering en verzwaring van de bewijslast en de voorwaarden die daarbij gelden.


    Suppletie omzetbelasting

    Als belastingplichtige erachter komt dat hij te weinig omzetbelasting op aangifte heeft voldaan (meestal na het opmaken van de jaarstukken), is hij verplicht om een suppletie in te dienen. Een suppletie is geen aangifte, maar verplichte verklaring dat er in het verleden te veel of te weinig omzetbelasting is betaald.

    Heeft de belastingplichtige tijdig de suppletie ingediend dan kan aan hem geen boete worden opgelegd. De suppletie moet zijn ingediend voordat de inspecteur met de onjuistheid bekend is of redelijkerwijs bekend zal worden.

    Zie voor meer informatie het onderwerp ‘Verzuimboetes’ onder het kopje ‘Verzuimboete wegens niet, niet volledig of niet tijdig betalen van de belasting (art. 67c AWR)’

  • Als de aangifte niet (tijdig) wordt gedaan kan de inspecteur een verzuimboete opleggen. Voldoende hiervoor is dat de belasting- of inhoudingsplichtige is uitgenodigd om aangifte te doen en de aangifte vervolgens niet of niet tijdig heeft ingediend. De inspecteur hoeft anders dan bij aanslagbelastingen geen aanmaning te sturen.

    De boete bedraagt maximaal €136. Dat is fors lager dan bij aanslagbelastingen. Dat komt omdat bij aangiftebelastingen de nadruk veel meer ligt op het betalen van de belasting. De aangifte is meer geleide formulier bij de aangifte. Bij aanslagbelasting is het belangrijk hulpmiddel voor de inspecteur om de belastingschuld te kunnen vaststellen.

  • Verzuimboete wegens het niet (tijdig) of – volledig betalen

    Bij aangiftebelastingen ligt de nadruk op het op tijd betalen van de verschuldigde belasting. Als de belasting niet (tijdig) of gedeeltelijk niet wordt betaald, kan een boete van maximaal €5.514 worden opgelegd. Is de verschuldigde belasting wel aangegeven maar niet betaald, dan bedraagt de boete in beginsel 3% van de niet betaalde belasting. Wordt de belasting alsnog binnen 7 dagen na het einde van de termijn betaald dan wordt geen verzuimboete opgelegd, tenzij de betaling over het vorige tijdvak ook al te laat was.

    Het komt ook voor dat de Belastingdienst na onderzoek vindt dat er te weinig belasting is betaald. De inspecteur kan in dat geval een naheffingsaanslag opleggen met een boete. De verzuimboete bedraagt in dat geval in beginsel 10% van de te weinig betaalde belasting. Zie het onderwerp “Verzuimboetes” voor meer informatie over de boete en de hoogte daarvan en hoe je de boete kunt bestrijden.


    Vergrijpboete

    Als het aan de opzet of grove schuld van belastingplichtige is te wijten dat er te weinig belasting is betaald, kan de inspecteur een vergrijpboete opleggen. De boete bedraagt 25% van de te weinig betaalde belasting als sprake is van grove schuld en 50% van de te weinig betaalde belasting als sprake is van opzet.

    De inspecteur moet op overtuigende wijze aantonen dat sprake is van opzet of grove schuld. Zie het onderwerp ‘Vergrijpboetes’ voor meer informatie over vergrijpboetes.

Checklist

Checklist voor het doen van aangifte

Zorg ervoor dat je niets over het hoofd ziet

Do’s & don’ts bij aangifte

  • Dien altijd de aangifte in ook als je meent dat je niet belastingplichtig bent. Doe een nihilaangifte en motiveer dat.

  • Vraag voor het einde van de aangiftetermijn inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting om uitstel als de aangifte niet op tijd kan worden ingediend.

  • Vraag zelf om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte als geen uitnodiging is ontvangen.

  • Na het verstrijken van de aangiftetermijn verzoeken om uitstel voor het doen van aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.

  • Slepen met omzet omdat er geen of onvoldoende geld is om de omzetbelasting te betalen.

  • Geen aangifte doen terwijl belastingplichtige wel is uitgenodigd tot het doen van aangifte.

Op zoek naar een goede strategie?

Achtergrond

Uitnodiging tot het doen van aangifte (art. 6 AWR)

  • De inspecteur kan een uitnodiging tot het doen van aangifte sturen als de betrokkene vermoedelijk belastingplichtig is. De uitnodiging schept geen belastingplicht. Het kan dus voorkomen dat blijkt dat degene die is uitgenodigd om een aangifte in te dienen toch niet belastingplichtig is. Er kan bijvoorbeeld discussie zijn over de loonbelastingplicht. De inspecteur meent bijvoorbeeld dat sprake is van een dienstbetrekking maar de betrokkene meent dat het zelfstandigen zijn. In de heffingswetten is neergelegd wanneer iemand belastingplichtig is voor de betreffende belasting.

     

    In paragraaf 13 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht is uitgewerkt in welke gevallen de inspecteur tot uitnodiging tot het doen van aangifte overgaat. Een uitnodiging krijgt bijvoorbeeld degene die als ondernemer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel stond ingeschreven of degene die het vorige jaar winst uit onderneming heeft aangegeven.

  • De vermoedelijk belastingplichtige krijgt per belastingmiddel een uitnodiging voor het doen van aangifte. De uitnodiging vindt plaats door toezending van een aangiftebrief (art. 4a Uitvoeringsregeling AWR 1994). De aangifte moet worden gedaan op de in de aangiftebrief aangegeven wijze (art. 20 Uitvoeringsregeling AWR 1994).

  • Als de belastingplichtige niet wordt uitgenodigd om aangifte te doen, moet hij erom verzoeken. Voor een aanslagbelasting geldt dat de belastingplichtige tot 6 maanden na het einde van het kalender jaar mag afwachten. Heeft hij dan nog geen uitnodiging ontvangen dan moet hij er binnen twee weken zelf om vragen (art. 6, lid 3, AWR juncto art. 2 Uitvoeringsregeling AWR 1994).

    Voor aangiftebelastingen (omzetbelasting, loonbelasting) geldt dat de belastingplichtige voordat de belasting moet zijn betaald om een uitnodiging tot het doen van aangifte moet verzoeken (art. 6, lid 3, AWR juncto art. 3 Uitvoeringsregeling AWR 1994). Heeft de belastingplichtige recht op een teruggaaf dan moet hij binnen 6 maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de teruggaaf is ontstaan, verzoeken om te worden uitgenodigd.

  • Aanslagbelasting

    De inspecteur kan ook na het verstrijken van de aanslagtermijn van 3 jaar (art. 11 AWR) belastingplichtige uitnodigen om aangifte te doen. Ook dan is belastingplichtige verplicht om de aangifte in te dienen. Volgens de Hoge Raad kan een aangifte namelijk ook zinvol zijn voor het vaststellen van een navorderingsaanslag. Zolang de termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag nog niet is verstreken, kan een uitnodiging om aangifte te doen zinvol zijn. Dat de inspecteur de informatie ook had kunnen krijgen via een informatieverzoek maakt volgens de Hoge Raad niet uit. De inspecteur heeft de keuze en kan er dus ook voor kiezen om de belastingplichtige uit te nodigen aangifte te doen (HR 9 juni 2023, nr. 20/02893, ECLI:NL:HR:2023:873).

    Voor het verkrijgen van de informatie maakt het misschien niet uit of de inspecteur een verzoek om informatie verstuurd of de belastingplichtige uitnodigt om aangifte te doen, maar voor het eventueel opleggen van sancties maakt het wel verschil. Als de aangifteverplichting niet is nageleefd kan hij de bewijslast omkeren en verzwaren en eventueel een vergrijpboete opleggen. Als de informatieverplichting niet is nageleefd, kan de bewijslast pas worden omgekeerd als hij een informatiebeschikking heeft genomen en deze onherroepelijk is geworden. Een boete wegens het niet naleven van de informatieverplichting is er niet.

    Aangiftebelasting

    Een uitnodiging tot het doen van aangifte van een aangiftebelasting na het tijdvak is zinvol als de naheffingstermijn van 5 jaar nog niet is verstreken. Als niet meer kan worden nageheven heeft het niet zoveel zin meer om nog een uitnodiging te sturen.

    Waarom zou de inspecteur nog een uitnodiging sturen als hij, bijvoorbeeld na een boekenonderzoek, ook gewoon kan naheffen? Het alsnog uitnodigen tot het doen van aangifte kan zinvol zijn om eventueel sancties te kunnen toepassen. Als belastingplichtige wordt uitgenodigd, maar deze doet de aangifte niet of onjuist dan kan de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard. Belastingplichtige heeft dan de vereiste aangifte niet gedaan. Hiervoor is een uitnodiging vereist.

Aangifteverplichting (art. 8 AWR)

  • Als een vermoedelijk belastingplichtige is uitgenodigd om aangifte te doen, moet de aangifte ook worden gedaan. Dat geldt ook als degene, die is uitgenodigd, meent dat hij niet belastingplichtig is. Als de belastingplichtige bij zijn oningevulde aangifte gemotiveerd aangeeft waarom hij niet belastingplichtig is, kan hem volgens de Hoge Raad niet worden verweten nalatig te zijn (HR 27 maart 1996, nr. 31.209, ECLI:NL:HR:1996:AA2004). Het zonder toelichting oningevuld terugsturen van het aangiftebiljet leidde wel tot de conclusie dat de vereiste aangifte niet is gedaan (HR 26 maart 2004, nr. 39.441, ECLI:NL:HR:2004:AO6343). De onderbouwing is dus van belang. Het gaat hierbij om een objectieve onderbouwing. Wat de betrokkene zelf meent, is voor de vaststelling van de belastingplicht niet per se relevant.

    Mocht later blijken dat hij wel belastingplichtig is en dat er belasting is verschuldigd en hij heeft geen aangifte ingediend, dan loopt de belastingplichtige tegen omkering en verzwaring van de bewijslast aan tenzij er sprake is van een pleitbaar standpunt (zie onderwerp ‘Bewijs’ onder het kopje ‘Zwaarte bewijslast’ en sub kop ‘Doen blijken/overtuigend aantonen’ voor de voorwaarden daarvoor). De Hoge Raad heeft voorts beslist dat aan de omkering en verzwaring van de bewijslast niet kan worden ontkomen door na het vaststellen van de belastingaanslag alsnog een aangifte in te dienen (HR 12 juli 2013, nr. 12/00517, ECLI:NL:HR:2013:30).

  • De aangifte moet altijd volledig en naar waarheid worden ingevuld. Het onvolledig of onjuist indienen van een aangifte kan tot allerlei sancties leiden (boetes, bewijssanctie, strafrechtelijke vervolging).

    Is er discussie met de inspecteur over de fiscale behandeling van een aangelegenheid?

    Om het opleggen van sancties (vergrijpboetes, bewijssanctie) uit te sluiten, kan het verstandig zijn om de aangifte in te dienen overeenkomstig het standpunt van de inspecteur. Daartegen kan vervolgens bezwaar worden gemaakt.

  • De aangifte moet worden ingediend door de degene die is uitgenodigd. Hij kan uiteraard een adviseur of boekhouder verzoeken om de aangifte namens hem in te dienen. De belastingplichtige blijft verantwoordelijk voor de tijdigheid en de inhoud van de aangifte.

    Is de belastingplichtige failliet verklaard, dan is de curator degene die namens de failliet aangifte moet doen.

Termijn

Aanslagbelasting (art. 9 AWR)

  • De inspecteur stelt bij de uitnodiging tot het doen van aangifte een termijn waarbinnen de aangifte moet worden gedaan. Deze termijn moet minimaal 1 maand zijn (art. 9, lid 1, AWR). De termijnen die standaard worden gegeven voor het doen van aangifte inkomstenbelasting of -vennootschapsbelasting zijn langer. Voor de inkomstenbelasting geldt dat de aangifte voor 1 mei na het einde van het kalenderjaar moet zijn ingediend. Voor de aangifte vennootschapsbelasting is dat 1 juni na het einde van het kalenderjaar waarop de aangifte ziet.

  • Uitstel op verzoek

    Belastingplichtige kan verzoeken om uitstel voor het doen van aangifte. Het eerste uitstel van 4 maanden wordt zonder nader onderzoek of zonder nadere voorwaarden door de inspecteur verleend. Dat geldt ook als later blijkt dat belastingplichtige geen belang had bij uitstel voor het doen van aangifte (zie HR 28 februari 2020, nr. 19/01242, ro. 3.2. ECLI:NL:HR:2020:254). Het verzoek om uitstel moet wel worden gedaan voordat de termijn waarbinnen oorspronkelijk de aangifte moet zijn ingediend, is verstreken. Een verzoek om uitstel voor het doen van aangifte inkomstenbelasting moet dus voor 1 mei worden ingediend. Een na afloop van de termijn ingediend verzoek is te laat.

    Een volgend verzoek om uitstel wordt niet altijd gehonoreerd. Belastingplichtige moet gemotiveerd aangeven waarom hij verder uitstel voor het doen van aangifte nodig heeft. Er kan niet zonder meer vanuit worden gegaan dat verder uitstel wordt verleend. Wordt kort voor het verstrijken van de termijn om uitstel verzocht en is er aan het einde van de termijn nog geen reactie ontvangen, dan is het, om een boete te voorkomen, verstandig om de aangifte wel binnen de termijn in te dienen.


    Beconregeling

    Boekhouders en adviseurs kunnen gebruik maken van de zogenoemde beconregeling. Aangiftes die in de beconregeling zijn opgenomen, kunnen gedurende het jaar via een bepaald schema worden ingediend.


    Gevolgen verleend uitstel

    De aanslagtermijnen worden met het verleende uitstel voor het doen van aangifte verlengd en dus niet met het genoten uitstel. Als 6 maanden uitstel is verleend en na 3 maanden wordt de aangifte ingediend, dan wordt de aanslagtermijn of de navorderingstermijn verlengd met 6 maanden.

    De aanslag- of navorderingstermijn wordt ook met het verleende uitstel verlengd als de aangifte al is ingediend voordat het uitstel is verleend. Dat heeft de Hoge Raad beslist in zijn arrest van 28 februari 2020 (HR 28 februari 2020, nr. 19/01242, ro. 3.2. ECLI:NL:HR:2020:254). Ook de verlengde navorderingstermijn, ook wel 12-jaarstermijn (art. 16, lid 4, AWR) wordt verlengd met het verleende uitstel voor het doen van aangifte (HR 14 augustus 2015, nr. 14/02490, ECLI:NL:HR:2015:2164).


    Bewijs dat uitstel is verleend

    De inspecteur moet bewijzen dat er uitstel voor het doen van aangifte is verleend. Hij moet duidelijk maken op welke wijze het uitstel kenbaar is gemaakt aan belastingplichtige (HR 13 juli 2007, nr. 43.699, ECLI:NL:HR:2007:BA9336). Als de inspecteur geen afzonderlijke kennisgeving aan belastingplichtige heeft gestuurd, is er toch sprake van verleend uitstel als dit uitstel de belastingplichtige op een andere manier kenbaar was, bijvoorbeeld omdat de aangifte in de beconregeling is opgenomen (HR 2 februari 2009, nr. 43.989, ECLI:NL:HR:2009:BH3350).


    Is verzoek om uitstel voor het doen van aangifte een aanvraag?

    Volgens de Belastingdienst is een verzoek om uitstel voor het doen van aangifte een aanvraag in de zin van art.1:3 Awb (Kennisgroepstandpunt Belastingdienst, 8 juni 2023, KG:206:2023:5). Dat betekent dat de inspecteur binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Hoelang die termijn is, is niet wettelijk vastgelegd. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken als er niet binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit is genomen (art. 4:13, lid 2, Awb). De verplichting om de aangifte in te dienen, wordt gedurende de behandeling van de aanvraag niet opgeschort.

    Het kennisgroepstandpunt vermeldt dat het besluit niet bij voor bezwaar vatbare beschikking wordt genomen, zodat bezwaar niet mogelijk is. De weg naar belastingrechter is daarmee afgesloten.

  • Wordt de aangifte niet binnen de daartoe gestelde termijn (aangiftetermijn en verleend uitstel) ontvangen, dan wordt een aanmaning verzonden. De belastingplichtige wordt in gelegenheid gesteld om alsnog binnen een aantal dagen de aangifte in te dienen. Heeft belastingplichtige geen aanmaning ontvangen dan kan er geen boete worden opgelegd. Een opgelegde boete zal dus moeten worden vernietigd (HR 23 maart 2007, nr. 42.123, ECLI:NL:HR:2007:BA1263). Als de belastingplichtige aangeeft dat hij de aanmaning niet heeft ontvangen, moet de inspecteur bewijzen dat de aanmaning door de belastingplichtige is ontvangen. De lat daarvoor ligt niet hoog. Als de inspecteur over het juiste adres beschikt en aannemelijk kan maken dat de aanmaning is verzonden, heeft hij dat bewijs geleverd. Aan het tegenbewijs worden dan ook geen hoge eisen gesteld. Een ontkenning van de belastingplichtige dat de aanmaning is ontvangen, kan voldoende zijn (HR 15 december 2006, nr. 41.882, ECLI:NL:HR:2006:AZ4416). Ander bewijs dan een ontkenning is er ook niet. Van belang hierbij is dat de ontkenning dat de aanmaning is ontvangen consistent is. Dat houdt in feite in dat vanaf het begin van een discussie daarover wordt gesteld dat de aanmaning niet is ontvangen.

  • Voor het opleggen van sancties, zoals omkering en verzwaring van de bewijslast als de vereiste aangifte niet is gedaan, was het noodzakelijk dat de belastingplichtige tot het doen van aangifte was uitgenodigd. De inspecteur kon na een spontaan ingediende aangifte dus geen sancties opleggen als later bleek dat de spontaan ingediende aangifte/verstrekte gegevens onjuist waren. Op 1 januari 2020 is, om deze situatie in de toekomst, te voorkomen art. 9, lid 4, AWR ingevoerd. In deze bepaling wordt de spontaan ingediende aangifte op een lijn gesteld met een aangifte die is gedaan nadat de belastingplichtige daartoe is uitgenodigd. Dat betekent dat mocht de spontaan ingediende onjuist of onvolledig blijken te dat de inspecteur ook sancties kan opleggen.

Aangifte inkomstenbelasting ingediend na het vaststellen van de aanslag

  • Een na de aanslag ingediend (digitaal) aangiftebiljet inkomstenbelasting is geen aangifte. Tot 1 januari 2024 werd een aangifte die binnen 6 weken na de aanslag werd ingediend aangemerkt als een bezwaar tegen de aanslag. Vanaf 1 januari 2024 wordt een na de aanslag digitaal ingediend aangiftebiljet niet meer aangemerkt als een bezwaar, maar als een verzoek om ambtshalve vermindering (art. 9.6 Wet inkomstenbelasting 2001). De regeling geldt alleen voor een ingediend aangiftebiljet na de aanslag en niet na de navorderingsaanslag.  Deze regeling geldt ook voor op het aanslagbiljet vermelde voor bezwaar vatbare beschikkingen, zoals de beschikking belastingrente en de verliesvaststellingsbeschikking, maar niet voor de boetebeschikking. Tegen een boete moet afzonderlijk bezwaar worden gemaakt. Wordt naast een aangifte ook een bezwaar ingediend dan wordt de aangifte ook behandeld als een bezwaar.

    Zie voor meer informatie hierover het onderwerp ‘Ambtshalve vermindering’.

Aangiftebelasting (art. 10 AWR)

  • De inspecteur moet de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een termijn van minstens een maand geven om de aangifte in te dienen. In de praktijk betekent dat de aangifte van een aangiftebelasting moet worden gedaan binnen een maand na het einde van het tijdvak. Voor de loonbelasting betekent dat de aangifte over de maand februari uiterlijk 31 maart moet zijn ingediend. Ook de verschuldigde belasting moet dan zijn betaald en zijn bijgeschreven op de rekening van de Belastingdienst.

    Zie voor meer informatie hierover het onderwerp ‘Ambtshalve vermindering’.

  • Bij aangiftebelastingen verstuurt de inspecteur geen aanmaning als de aangifte niet binnen de gestelde termijn is ingediend. Een aanmaning is ook geen vereiste voor het opleggen van een boete.

  • Volgens art. 10, lid 3, AWR kan de inspecteur onder door hem gestelde voorwaarden uitstel voor indienen van de aangifte verlenen. Voor de lopende verplichtingen wordt in de praktijk niet of nauwelijks uitstel verleend.

Wat is een aangifte?

  • De functie van de aangifte is afhankelijk van de wijze waarop de belasting wordt geheven. Bij aanslagbelastingen is het de inspecteur die de belastingschuld vaststelt en neerlegt in een aanslag. De aangifte is voor de inspecteur een belangrijk hulpmiddel om de omvang van de belastingschuld te kunnen vaststellen. Het is echter niet zo dat hij de belastingschuld niet kan vaststellen als er geen aangifte is ingediend. De inspecteur zal de belastingschuld in dat geval schatten. Om ervoor te zorgen dat de belastingplichtige volgend jaar een aangifte indient, zal hij bij het vaststellen van de schuld aan de hoge kant gaan zitten.

    Bij aangiftebelastingen rekent de belastingplichtige de belastingschuld zelf uit en betaalt deze ook meteen. Bij aangiftebelastingen ligt de nadruk op het betalen van de belastingschuld. De aangifte is veel meer een begeleiding bij de betaling.

    Het verschil in relevantie is ook terug te zien in de boetes die kunnen worden opgelegd als de aangifteverplichting niet (tijdig) is nageleefd. De boete wegens het niet tijdig doen van een aangifte van een aanslagbelasting bedraagt maximaal €5.514, terwijl een boete voor het niet voldoen aan de aangifteverplichting bij aangiftebelastingen maximaal €136 bedraagt. De boete voor het niet (tijdig en/of volledig) betalen van de belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen bedraagt maximaal €5.514.

Sancties op niet naleving

Bewijssanctie

  • Als de aangifte niet is gedaan of (inhoudelijk) onjuist is, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard (art. 25, lid 3, AWR en art. 27e AWR). Belastingplichtige komt dan in een moeilijke bewijspositie te verkeren. Kennis van een adviseur wordt toegerekend aan de belastingplichtige. Belastingplichtige moet wel zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Betreft het een aanslagbelasting, zoals de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting, dan moet de belastingplichtige ook zijn aangemaand. Heeft belastingplichtige wel aangifte gedaan maar is deze volgens de inspecteur inhoudelijk onjuist, dan moet de inspecteur dat bewijzen, pas daarna kan de bewijslast omklappen. Ook moet het om een absoluut en verhoudingsbewijs omvangrijk bedrag gaan dat niet zou zijn geheven en belastingplichtige moet zich hiervan bewust zijn geweest.

    Aan welke voorwaarden verder moet worden voldaan, kun je vinden bij het onderwerp ‘Bewijs’ onder het kopje ‘Zwaarte bewijslast’ en sub kop ‘Doen blijken/overtuigend aantonen’.

Verzuimboetes

  • Als de aangifte niet of niet tijdig wordt ingediend, kan een verzuimboete worden opgelegd (art. 67a AWR).

    Een verzuimboete ex art. 67a AWR bedraagt maximaal €5.514. Als de aangifte te laat wordt ingediend, wordt niet meteen het wettelijk maximum opgelegd. In het BBBB is hierover beleid opgenomen. Wordt de aangifte inkomstenbelasting niet of niet op tijd ingediend dan wordt volgens par. 21, lid 2, BBBB een verzuimboete opgelegd van 7% van het wettelijk maximum. Voor het niet of het te laat indienen van een aangifte vennootschapsbelasting geldt dat in beginsel een boete van 50% van het wettelijk maximum wordt opgelegd (par. 21, lid 3, BBBB).

  • Bij aangiftebelastingen zoals de omzetbelasting en de loonbelasting kan een boete worden opgelegd als de aangifte niet of niet binnen de aangiftetermijn wordt ingediend (art. 67b AWR). De hoogte van de boete is veel lager dan bij aanslagbelastingen. De boete bedraagt maximaal €136. Dat komt omdat bij de aangiftebelastingen het belang van de aangifte minder groot is dan bij aanslagbelastingen. Bij aangiftebelastingen draait het om volledige en tijdige betaling van de belasting. Het aangiftebiljet is veel meer een begeleiding bij de betaling, zodat de ontvanger weet welk bedrag er gaat worden betaald. De belastingplichtige moet zelf de belastingschuld uitrekenen, aangeven en betalen.

  • Bij aangiftebelastingen ligt het zwaartepunt bij de betaling. Als de belasting die op aangifte had moeten zijn betaald, niet, niet tijdig of niet volledig binnen de gestelde termijn (binnen maand na tijdvak) is betaald, kan de inspecteur een boete opleggen van maximaal €5.514. Belastingplichtige kan geen verzuimboete wegens te laat betalen van omzetbelasting krijgen, als hij tijdig een suppletie heeft ingediend.

    Zie het onderwerp “Verzuimboetes” voor meer informatie over de verzuimboetes en hoe je deze kunt bestrijden.

Vergrijpboetes

  • Opzettelijk geen aangifte doen

    De inspecteur kan een boete op grond van art. 67d AWR opleggen als belastingplichtige opzettelijk geen aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting heeft ingediend. Een boete wegens het opzettelijk niet doen van aangifte kan alleen worden opgelegd als de belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte en is aangemaand. Dat geldt ook als de belastingplichtige wist dat de aangifte moest worden gedaan en dit opzettelijk niet binnen de gestelde termijn heeft gedaan.


    Opzettelijk onvolledig of onjuiste aangifte doen

    Een vergrijpboete op grond van art. 67d AWR kan daarnaast worden opgelegd als de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig is gedaan. De boete kan alleen worden opgelegd als sprake is van opzet. De inspecteur moet op overtuigende wijze aantonen dat de aangifte onjuist of onvolledig is en hij moet op overtuigende wijze aantonen dat er sprake is van opzet.

    Artikel 67d AWR geldt alleen bij aanslagbelastingen.

    Meer informatie over art. 67d AWR vind je onder het onderwerp ‘Vergrijpboetes’ onder het kopje ‘Welke vergrijpboetes’.

  • De inspecteur kan een boete op grond van art. 67f AWR opleggen als het aan de opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat te weinig, te laat of geen loon- of omzetbelasting is betaald. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als belastingplichtige een deel van de omzet contant ontvangt en niet alle omzet aangeeft bijvoorbeeld omdat hij niet of nauwelijks een kasadministratie bijhoudt. Ook kan sprake zijn van opzettelijk of grofschuldig te weinig omzetbelasting betalen als privé uitgaven als zakelijke kosten worden geboekt. Mede afhankelijk van de omvang van het bedrag zal de Belastingdienst kiezen voor een vergrijpboete of een verzuimboete.

    Belastingplichtige kan geen vergrijpboete wegens te laat betalen van omzetbelasting krijgen, als hij tijdig een suppletie heeft ingediend.

    Meer informatie over art. 67d AWR vind je onder het onderwerp ‘Vergrijpboetes’ onder het kopje ‘Welke vergrijpboetes’.

Strafrechtelijke vervolging

  • Opzettelijk niet doen van aangifte (art. 69, lid 1, AWR)

    Een verzuim- of vergrijpboete wegens het niet doen van aangifte heeft als doel om de belastingplichtige (weer) compliant te krijgen en op tijd zijn aangifte te laten indienen. Lukt dat niet via de weg van de boete dan zal de belastingdienst in eerste instantie proberen om in gesprek te komen met de belastingplichtige om hem/haar op het belang van het indienen van een aangifte te wijzen. Heeft dat geen effect dan wordt ook wel overgegaan tot strafrechtelijke vervolging. Deze zaken worden vaak niet voor een meervoudige kamer gebracht maar voor de politierechter. In deze zaken gaat het ook niet zozeer om de straf maar om de verdachte te laten inzien dat tijdig aangifte gedaan moet worden. De straf is in deze zaken wel te overzien. Bijgevolg is echter dat de veroordeelde een strafblad krijgt voor een misdrijf. Een aantekening die 20 jaar blijft staan en die het aanvragen van een visum of een verklaring over gedrag (vog) ernstig kan bemoeilijken.


    Onjuist en onvolledige aangifte (art. 69, lid 2, AWR)

    Belastingplichtige kan ook worden vervolgd als de aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig wordt gedaan. Er moet een keuze worden gemaakt of belastingplichtige wordt bestraft met een vergrijpboete of dat er strafrechtelijke vervolging wordt ingezet.

    Het protocol AAFD geeft hiervoor criteria. Het protocol vermeldt aanmeldingscriteria (benadeling meer dan €100.000) en wegingscriteria (voorbeeldfunctie, rol adviseur etc). In een overleg tussen Belastingdienst en Openbaar Ministerie of een zaak strafrechtelijk zal worden onderzocht. In dat geval zal de FIOD worden ingeschakeld om de aangelegenheid verder te onderzoeken.

Relevante wet- en regelgeving

Uitnodiging om aangifte te doen

  • Referentie: Art 6 AWR

    Uitnodiging tot het doen van aangifte.

  • Referentie: Art. 2 Uitvoeringsregeling AWR 1994

    Belastingplichtige moet zelf om een uitnodiging tot het doen van aangifte vragen als hij niet is uitgenodigd. Hij mag 6 maanden wachten en moet dan binnen 2 weken om verzoeken. 

  • Referentie: Art. 3 Uitvoeringsregeling AWR 1994

    Belastingplichtige moet om een uitnodiging vragen voordat de belasting moet zijn betaald.

  • Referentie: Par. 13 Besluit Fiscaal Bestuursrecht

    In paragraaf 13 van het Besluit is uitgewerkt in welke gevallen de inspecteur tot uitnodiging tot het doen van aangifte overgaat.

Verplichting aangifte in te dienen

  • Referentie: Art. 8 AWR

    Degene die is uitgenodigd om aangifte te doen, moet de aangifte ook indienen. De aangifte moet volledig en naar waarheid worden gedaan.

Termijn

  • Referentie: Art. 9 AWR

    De inspecteur moet een redelijke termijn stellen waarbinnen de aangifte moet zijn ingediend. Belastingplichtige kan uitstel voor het doen van aangifte vragen. Als de aangifte niet binnen de gestelde termijn is ingediend, stuurt de inspecteur een aanmaning.

  • Referentie: Art. 10 AWR

    De aangifte moet worden gedaan door degene die is uitgenodigd. De aangifte moet uiterlijk een maand na het einde van het tijdvak zijn ingediend. De inspecteur kan uitstel voor het indienen van de aangifte verlenen.

Sancties

Omkering en verzwaring van de bewijslast

  • Referenties: Art. 25, lid 3, AWR en 27e AWR

    Als de vereiste aangifte niet is gedaan, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard.

Verzuimboetes

  • Referenties: Art. 67a AWR

    Het niet of niet tijdig doen van aangifte van een aanslagbelasting kan worden beboet met een verzuimboete van maximaal €5.514.

  • Referentie: Art. 67b AWR

    Het niet of niet tijdig indienen van de aangifte van een aangiftebelasting (omzetbelasting of loonbelasting) kan worden beboet met een verzuimboete van maximaal €136.

  • Referentie: Art. 67c AWR

    Belastingplichtige of inhoudingsplichtige kan een verzuimboete krijgen als hij een aangiftebelasting niet, niet tijdig of niet volledig betaald. De maximumboete bedraagt €5.514.

Vergrijpboetes

  • Referenties: Art. 67d AWR

    Als belastingplichtige opzettelijk geen aangifte doet of opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte indient, kan hij een vergrijpboete krijgen.

  • Referentie: Art. 67f AWR

    Als de belasting die op aangifte moet worden voldaan of -afgedragen niet, niet tijdig of niet volledig wordt betaald, kan een vergrijpboete worden opgelegd als het niet (tijdig) of onvolledig betalen van de belasting aan de opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige is te wijten.

Strafrechtelijke vervolging

  • Referenties: Art. 68 AWR

    Belastingplichtige kan worden vervolgd voor het niet naleven van de in dat artikel vermelde verplichtingen, zoals de inlichtingenverplichting en de informatieverplichting.

  • Referentie: Art. 69 AWR

    In artikel 69 is het opzettelijk niet doen of onjuist doen van de aangifte strafbaar gesteld. Ook worden in artikel 69 het opzettelijk niet naleven van de verplichtingen van art. 68 AWR strafbaar gesteld.

  • Referentie: Protocol AAFD

    Aanmeldings- en wegingscriteria voor strafrechtelijke vervolging.

Relevante rechtspraak

Uitnodiging tot het doen van aangifte 

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2023:873

    De inspecteur kan belastingplichtige ook uitnodigen tot het doen van aangifte na het verstrijken van de aanslagtermijn. De aangifte kan relevant zijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag. De inspecteur kan de informatie ook vragen via een informatieverzoek, maar het staat de inspecteur vrij om te kiezen.

Verplichting om aangifte in te dienen

  • Referentie: ECLI:NL:HR:1996:AA2004

    Een vermoedelijk belastingplichtige die is uitgenodigd tot het doen van aangifte is verplicht om de aangifte in te dienen. Als hij echter bij zijn oningevulde aangifte gemotiveerd stelt waarom hij niet belastingplichtig is, kan hem niet worden verweten nalatig te zijn met het indienen van de aangifte.

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2013:30

    Aan omkering en verzwaring van de bewijslast kan niet worden ontkomen door na het vaststellen van de belastingaanslag alsnog een aangifte in te dienen.

Termijn

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2020:254

    De inspecteur hoeft bij de beoordeling van een verzoek om uitstel voor het doen van aangifte niet te onderzoeken of belastingplichtige daar belang bij heeft. Hij hoeft daarom ook niet te onderzoeken of de aangifte al is ingediend. De termijn voor het opleggen van een (navorderings)aanslag wordt met het verleende uitstel verlengd. Ook als blijkt dat belastingplichtige daarbij geen belang had.

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2015:2164

    Ook de verlengde navorderingstermijn (de 12 jaarstermijn) wordt met het verleende uitstel verlengd.

Uitstel voor het doen van aangifte

  • Referentie:  ECLI:NL:HR:2007:BA9336

    Als er discussie ontstaat over het antwoord op de vraag of er uitstel voor het doen van aangifte is verleend, moet de inspecteur bewijzen dat uitstel voor het doen van aangifte is verleend.

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2009:BH3350

    Als de inspecteur geen kennisgeving van uitstel voor het doen van aangifte heeft verstuurd, is er toch sprake van verleend uitstel als dit uitstel de belastingplichtige op een andere manier kenbaar was, bijvoorbeeld omdat de aangifte in de beconregeling is opgenomen.

Aanmaning

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2007:BA1263

    De inspecteur kan geen verzuimboete wegens het niet (tijdig) doen van de aangifte van een aanslagbelasting opleggen, als belastingplichtige geen aanmaning heeft ontvangen. De aanmaning is een voorwaarde voor het opleggen van een verzuimboete.

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2006:AZ4416

    De inspecteur moet de verzending van de aanmaning bewijzen. Als aannemelijk is dat de inspecteur de aanmaning heeft verzonden, rechtvaardigt dat het vermoeden van ontvangst. Het tegenbewijs is dan ook licht. Een geloofwaardige ontkenning kan voldoende zijn.

  • Referentie: ECLI:NL:HR:2022:1341

    De inspecteur kan een vergrijpboete opleggen als opzettelijk geen aangifte is ingediend. Om een vergrijpboete te kunnen opleggen, moet de belastingplichtige zijn uitgenodigd om aangifte te doen en zijn aangemaand.

Standpunten kennisgroep belastingdienst

  • Referentie: KG:206:2023:5

    Een verzoek om uitstel voor het doen van aangifte is een aanvraag in de zin van de Awb. De inspecteur moet binnen een redelijke termijn een beslissing op de aanvraag nemen.

    Het besluit wordt niet bij voor bezwaar vatbare beslissing genomen. Er staat tegen het besluit van de inspecteur geen bezwaar en beroep open bij de belastingrechter.

Actualiteiten over aangifte

Casus: aangifte

Problemen rondom de aangifte

Een waargebeurde casus

Hulp nodig?

Soms kom je er zelf niet helemaal uit. Vraag dan hulp aan Diana. Ze kijkt graag met je mee.