Aansprakelijkstelling? Check ook de verjaringstermijn van de onderliggende belastingschuld

Iets meer dan een jaar geleden schreef ik een artikel met het onderwerp ‘Wanneer verjaart een aansprakelijkstelling?’. Aanleiding hiervoor was een uitspraak van het Hof Amsterdam.

Het Hof had – kort en bondig- beslist dat de aansprakelijkstelling moest komen te vervallen omdat de onderliggende belastingschuld was verjaard. Het uitstel van betaling die is verleend voor de aansprakelijkstelling geldt alleen daarvoor en niet voor de onderliggende belastingschuld.

De Belastingdienst was het met deze beslissing niet eens en de staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in. Advocaat-Generaal Koopman heeft in september vorig een conclusie genomen. De AG is het met het Hof eens. Vandaag heeft de Hoge Raad arrest gewezen in deze zaak (HR 24 januari 2025, nr. 24/00263, ECLI:NL:HR:2025:111).

Beslissing Hoge Raad

De staatssecretaris betoogt in zijn beroep in cassatie dat de verjaringstermijn op grond van artikel 27, lid 2, IW 1990 is verlengd als gevolg van het aan de aansprakelijkgestelde verleende uitstel van betaling in de aansprakelijkstellingsprocedure.

De Hoge Raad beslist dat dit standpunt onjuist is. Artikel 27, lid 2, IW 1990, waarnaar de staatssecretaris in cassatie verwijst, bewerkstelligt alleen dat de verjaringstermijn van de belastingschuld bij de aansprakelijkgestelde kan worden gestuit.

Het aan een aansprakelijkgestelde verleend uitstel van betaling (art. 53, lid 2, IW 1990) heeft volgens de Hoge Raad geen betrekking op de onderliggende belastingschuld maar alleen op de aansprakelijkheidsschuld. Het verleende uitstel van betaling in een aansprakelijkstellingsprocedure is daarom volgens de Hoge Raad niet van invloed op de verjaringstermijn van de belastingschuld.

Met andere woorden de ontvanger had de verjaring van de belastingschuld afzonderlijk moeten stuiten door hierover een brief naar de aansprakelijkgestelde te sturen.

Uit de uitspraak van het Hof maak ik op dat de ontvanger dat ook had gedaan, maar te laat. De belastingschuld was al verjaard. Door het accessoire karakter van de aansprakelijkstellingsschuld moest deze ook komen te vervallen.

In de praktijk

Het is op zich prima dat de Belastingdienst heeft geprobeerd de zaak nog te redden door reikwijdte van art. 27, lid 2, IW op te rekken. Althans, ik dacht dat dit de achterliggende gedachte was.

Via een post hierover van de Voorzitter van de Kennisgroep Invordering naar aanleiding van het de conclusie van de AG Koopman werd echter duidelijk dat de Belastingdienst meende dat de aansprakelijkgestelde helemaal geen beroep op verjaring zou mogen toekomen. Ik vind dat zelf vergaand. Ook omdat de verjaring eenvoudig kan worden voorkomen door tijdig een stuitingsbrief te sturen.

In een post van vandaag over het arrest van de Hoge Raad deelt dezelfde Voorzitter van de Kennisgroep dat hij nog steeds die mening is toegedaan en dat dit arrest onder aandacht van het kabinet zal worden gebracht, zodat dit kan worden gewijzigd. Of en hoe snel dat gebeurt, is de vraag. Dat zullen we moeten afwachten.

Wat kun je doen?

Als een client aansprakelijk is gesteld en er loopt een procedure hierover. Houd dan ook de verjaringstermijn van de onderliggende belastingschuld in de gaten. De verjaringstermijn is 5 jaar en moet voor het einde van deze termijn worden gestuit. Als de oorspronkelijk belastingschuldige niet meer bestaat bijvoorbeeld door faillissement dan mag de ontvanger de stuitingsbrief sturen aan de aansprakelijkgestelde (art. 27, lid 2, IW).

Doet hij dat niet of niet op tijd dan verjaart de belastingschuld en de moet de aansprakelijkstelling komen te vervallen.

Vorige
Vorige

Wanneer mag de inspecteur bewijs uit een strafrechtelijk onderzoek niet gebruiken? 

Volgende
Volgende

Let op! Verzuimboete verhoogd naar €6.709