Heeft belanghebbende goed samengewerkt met zijn adviseur of is er sprake van opzet?

Dat is de vraag in een zaak waarin de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:1961) net voor kerst arrest heeft gewezen. Het snelle antwoord: ‘Het Hof moet dit nog verder uitzoeken’.

Ook al is er nog geen eindconclusie, het is een interessante zaak om kennis van te nemen.

Wat is er aan de hand?

Kort en bout – belanghebbende heeft niet alle omzetbelasting aangegeven. De inspecteur heeft niet alleen de omzetbelasting nageheven maar ook een vergrijpboete opgelegd.

Volgens de inspecteur is het aan de opzet van belanghebbende te wijten dat te weinig omzetbelasting is betaald.

Beslissing Hof

Het Hof vindt dat de inspecteur niet op overtuigende wijze heeft bewezen dat er sprake is van opzet. Volgens het Hof is door hetgeen door belanghebbende en de intermediair (belastingadviseur/boekhouder) hebben verklaard niet uit te sluiten dat de bestuurder van belanghebbende volledig afging op de intermediair een bewuste rol had bij het aangifte- en betalingsproces.

Hoge Raad

Beroep in cassatie

De staatssecretaris van Financiën heeft tegen deze beslissing van het Hof cassatie ingesteld. Volgens de staatssecretaris heeft belanghebbende de facturen, waarvan de omzetbelasting niet in de aangifte terecht is gekomen, niet tijdig aan de intermediair verstrekt. Belanghebbende kon daardoor – kort gezegd- niet vertrouwen op de aangiftes die door de intermediair zijn opgesteld.

Beslissing Hoge Raad

De Hoge Raad stelt voorop dat als een belastingplichtige zich laat bijstaan door een adviseur die hij voor voldoende deskundig mocht houden en aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet behoefde te twijfelen, mag die belastingplichtige vertrouwen op de juistheid van de door die adviseur opgestelde aangifte als de belastingplichtige alle informatie waarvan hij in redelijkheid mocht aannemen dat die voor het opstellen van die aangifte nodig was, heeft verstrekt. In dat geval kan niet worden gezegd dat de belastingplichtige bij de samenwerking met de adviseur niet de zorg heeft betracht die redelijkerwijs van hem mag worden gevergd (HR 13 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:26).

Wat van belanghebbende kan worden gevergd, zal volgens de Hoge Raad van geval tot geval moeten worden bekeken. Het hangt af onder meer af van de afspraken die belanghebbende en de adviseur hebben gemaakt en in hoeverre die worden nageleefd. Maar ook de kennis en ervaring van belastingplichtige met fiscale aspecten is van belang.

Of belanghebbende in deze zaak tijdig de relevante informatie (de facturen) aan de intermediair heeft verstrekt, moet nog nader worden onderzocht. In ieder geval moet worden onderzocht het standpunt van de inspecteur dat belanghebbende de facturen niet tijdig zou hebben aangeleverd aan de intermediair. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft de inspecteur gewezen op een verklaring van de intermediair.

 

Wat vind ik ervan

Hoe het is gegaan, wordt mij niet duidelijk. Ik zie 3 varianten.

 1) De inspecteur stelt dat belanghebbende niet tijdig de facturen zou hebben aangeleverd aan de adviseur, waardoor de aangiftes onjuist zijn. Belanghebbende kan in dat geval niet afgaan op de door de intermediair opgestelde en ingediende aangiftes. Die stelling is volgens de Hoge Raad ten onrechte niet onderzocht.

 2) Uit het verslag van het hoorgesprek zou voorts iets anders volgen, namelijk, dat belanghebbende opzettelijk de omzetbelasting van die facturen niet heeft aangegeven en heeft voldaan, omdat “de bestuurder en de intermediair verklaren dat hier niets mee werd gedaan omdat zij van mening waren dat dit voor de liquiditeit van belastingplichtige beter was” (zie ro. 3.21 onder f). In dat geval lijkt het erop dat zowel belanghebbende als de intermediair opzet hebben.

 3) Het Hof zit op een ander spoor en leidde uit de verklaringen van bestuurder en intermediair af dat niet is uit te sluiten dat de bestuurder (en dus belanghebbende) volledig afging op de intermediair en geen bewuste rol had in het aangifte- en betalingsproces. Dat de intermediair ook over de betalingen zou gaan, vind ik niet voor de hand liggend maar goed, zou kunnen. Als dit waar is dan heeft de intermediair misschien wel opzet maar belanghebbende.

 Zonder dossier is het lastig om hier iets zinnigs over te zeggen, maar het maakt wel duidelijk hoe belangrijk een goede feitenvaststelling is. Dat begint al in een vroeg stadium en daar heb je als adviseur een belangrijke rol in. Vooral ook consistentie is van belang. Hoe dit precies zit weet ik niet maar erg consistent lijken de verklaringen in ieder geval niet.

 

 

Volgende
Volgende

Mocht de gemeente alleen per mail communiceren?