Rechtsbescherming in het geding: wat zegt het Inspectierapport – en wat zie ik in de praktijk?

De Inspectie publiceerde deze week het rapport “Rechtsbescherming in het geding”. Daarin onderzocht men vijf onherroepelijke procedures waarin de Belastingdienst betrokken was.

Wat concludeert de Inspectie?

De Inspectie signaleert dat:

  • de gedrevenheid om te winnen groot is bij de Belastingdienst,

  • de dossiervorming rommelig verloopt,

  • ambtenaren vragen van advocaten en adviseurs als irritant ervaren,

Dit kan de rechtsbescherming van belastingplichtigen kan ondermijnen.

De Inspectie noemt het zorgpunten, maar beperkt zich tot vijf casussen. De eerste reactie van uit de Belastingdienst was dan ook: “het zijn incidenten.”

Is dat zo? Wat is de kans dat de geïnterviewde ambtenaren het in andere zaken anders aan zullen pakken? Hoe komen ze aan deze werkwijze? Helemaal zelf verzonnen of doen andere ambtenaren het toevallig ook zo?

Mijn kijk als advocaat

Voor mij als fiscaal advocaat zijn deze bevindingen in ieder geval herkenbaar. Dit zijn geen incidenten, maar terugkerende patronen die ik al jaren in de praktijk zie. Inmiddels weet ik hoe hiermee om te gaan, maar het is natuurlijk raar dat dit een probleem van belanghebbende is.

Ik zie vooral drie punten waar het vaak misgaat:

1. Impact wordt onderschat

Onderzoeken, zoals woonplaatsonderzoeken, grijpen diep in iemands privéleven. Ze duren lang, zijn intensief en zetten belastingplichtigen onder druk. Ze verkeren langdurig in onzekerheid.

Wat ik vaak ervaar: als ik de ambtenaar daarop wijs, wordt het wel erkend (“ja, dat begrijp ik”), maar ondertussen volgen er maanden of zelfs jaren aan vragenbrieven. Het gevoel dat dit echt wordt meegewogen ontbreekt.

Soms lijkt het alsof er onvoldoende expertise is om de kern van de zaak af te bakenen, of ontbreekt het aan lef (?) om een dossier gewoon af te ronden. Ook vooroordelen spelen een rol, over iemands woonplaats of achtergrond.

Bij boetes zie ik hetzelfde: de vergrijpboete wordt als vanzelfsprekend opgelegd na een boekenonderzoek. De bewijsvoering is dan niet zozeer gebaseerd op feiten, maar op interpretaties van de ambtenaar.

2. Tot het gaatje willen gaan

Een tweede punt dat ik herken, is de drang om door te procederen tot het uiterste.

Bij feitelijke geschillen zie ik vaak wel bereidheid om mee te bewegen. Als er iets van tegenbewijs komt, kan het beeld kantelen.

Maar bij juridische kwesties zie ik veeleer het tegenovergestelde: daar lijkt de wil om koste wat kost te winnen dominant.

Een voorbeeld uit mijn praktijk: een cryptozaak waarin voor meerdere jaren zo’n €15 miljoen werd geheven. De omvang van het bedrag werd voornamelijk bepaalt door niet gerealiseerde koersresultaten. Opvallend: de positieve koersresultaten telden wel mee, de negatieve niet. In bezwaar werd nog geprobeerd om een compromis te sluiten, maar dat lukte niet.

Jaren later, in hoger beroep kwam er alsnog een schikking, terwijl dat eerder gekund. Een claim van zo’n €15 miljoen terwijl je dat geld nooit hebt ontvangen. Dat heeft enorme impact.

In de rechtspraak zie je voorts dat in boetezaken wordt doorgeprocedeerd over formele voorschriften, zoals het toestemmingsvereiste. Tot aan de Hoge Raad werd namens de Belastingdienst betoogd dat schending daarvan niet zo belangrijk was. Dit soort zaken ondermijnen het vertrouwen: boetes zijn geen spel, maar serieuze sancties met grote gevolgen.

3. Vijandigheid en vooroordelen

Een derde punt dat ik vaak zie, is vijandigheid richting belastingplichtigen en ook richting mijzelf, als fiscaal advocaat.

Ik heb meegemaakt dat een ambtenaar mij nooit eerder had gesproken, nooit eerder een zaak van mij had behandeld, maar toch precies dacht te weten “hoe ik werk”. Soms wordt er zelfs met stemverheffing gereageerd, nog voordat ik inhoudelijk iets heb gezegd. Dat verbaast me, constructief overleg wordt zo wel heel moeilijk.

Vooroordelen zijn menselijk – we hebben ze allemaal. Maar juist in de rol van de Belastingdienst is het cruciaal om je daarvan bewust te zijn en ze terzijde te schuiven. Alleen zo kun je met een open blik naar een dossier kijken.

Conclusie

De Inspectie zegt: vijf casussen, dus incidenten. Maar wie vaker procedeert, weet dat dit een structureel probleem is.

De Belastingdienst is geen rechter. Rechters zijn er – kort en bout - om knopen door te hakken. De taak van de Belastingdienst is breder. Koste wat kost willen winnen, past daar dus niet bij.

In de praktijk

Als de Belastingdienst dit blijft zien als incidenten dan blijven deze problemen op het bordje van belanghebbende liggen. Gelukkig is aan sommige van deze problemen wel iets te doen.

Vijandigheid en vooroordelen

Openlijke vijandigheden en vooroordelen

Wat kun je doen tegen vijandigheden en vooroordelen. Als er sprake is van openlijke vooroordelen en vijandigheden dan is het vaak niet zo moeilijk. Zo heb ik meegemaakt dat een ambtenaar in zijn controlerapport schreef dat ik het onderzoek alleen maar aan het vertragen was. Het was onzin, maar het had invloed op de zaak en dan reageer ik. Als een ambtenaar zijn pijlen richt op gedragingen van een advocaat dan is de kans dat hij gedegen onderzoek heeft gedaan niet zo groot en dat was in dit geval dus ook niet zo. Dat heb ik benoemd in een reactie op zijn rapport. De zaak is geëindigd in een compromis. Wat ook voor de hand lag want er was ook wel het een en ander misgegaan bij belanghebbende.

Verborgen vooroordelen

Wat als het nu niet zo duidelijk is. Als vooroordelen een rol spelen, merk je dat bijvoorbeeld omdat de ambtenaar maar vragen blijft stellen of de ambtenaar reageert niet of nauwelijks op jouw argumenten.

Voorbeeld: woonplaatsonderzoek. De ambtenaar bleef maar vragen stellen. Waar was je die dag, wanneer vloog je weer daarheen, wanneer was je op vakantie en waar precies en hoelang? Ik dacht: wat is hij aan het doen? Om een standpunt te kunnen innemen hoef je niet van dag tot dag te weten waar belastingplichtige verblijft. Je kunt zelfs fiscaal in Nederland wonen als je er het hele jaar niet bent geweest.

Waarom blijft hij vragen stellen? Het bleek een vooroordeel te zijn over het land waar belanghebbende door de week werkte en verbleef. We hebben dat kunnen doorbreken door een afspraak te maken met client erbij. De ambtenaar kon zelf vragen stellen en kon zien wie het was. Ook deze zaak is geëindigd in een compromis. Beide partijen liepen risico en dan is een compromis een mooie oplossing.

Juridische geschillen

Geschillen waar geen discussie is over de feiten lenen zich over het algemeen niet zo goed voor een compromis. Dat de Belastingdienst dan meer op winnen inzet, vind ik op zich begrijpelijk maar zeker niet altijd wenselijk. Wat kun je dan doen? De mogelijkheden zijn wat beperkt.

Wat je kunt doen is de inspecteur laten voelen dat hij risico loopt. Feiten rechtspraak kan daarbij helpen. Misschien is er een rechtbank die in een vergelijkbare casus al in jouw voordeel heeft beslist. De Belastingdienst zit dan misschien niet te wachten op nog een negatieve uitspraak hierover.

Zelfs als je denkt: de rechtbank is hier uit de bocht gevlogen, kan het helpen. Probeer het gewoon, het is ergens ook een spel.

Soms kun je toch feiten betwisten. Bijvoorbeeld privégebruik auto. Als er een auto ter beschikking is gesteld en er is niet bijgeteld en geen rittenadministratie bijgehouden, dan ziet het er niet best uit. Maar is de auto wel ter beschikking of was er misschien sprake van wisselend gebruik?  Als er aanknopingspunt dan kan een compromis in beeld komen.

Impact

De impact van een zaak echt laten doordringen bij een inspecteur is lastig. Dat lukt eigenlijk niet. Daar heb ik geen oplossing voor.

 

 

Vorige
Vorige

Wanneer loop je tegen fraus legis aan?

Volgende
Volgende

Bewijs van een vergrijpboete via vermoedens: Mag dat?