Bewijs van een vergrijpboete via vermoedens: Mag dat?
De Hoge Raad wees op 18 juli enkele arresten over bewijs bij vergrijpboetes.
Mag het?
Op 8 april 2022 bepaalde de Hoge Raad dat de inspecteur overtuigend moet bewijzen dat een belastingplichtige een beboetbare gedraging heeft begaan (HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526). Feiten moeten daarbij buiten redelijke twijfel vaststaan.
Op 18 juli 2025 verduidelijkte de Hoge Raad dat deze zware bewijslast niet uitsluit dat gebruik wordt gemaakt van niet-ontzenuwde vermoedens, mits die zijn gebaseerd op vaststaande feiten en omstandigheden. Het vermoeden moet redelijkerwijs uit die feiten voortvloeien en mag – behoudens ontzenuwing – niet anders kunnen zijn, dan juist (HR 18 juli 2025, 24/00735, ECLI:NL:HR:2025:1063).
Conclusie: ja, het mag.
Opzet (coffeeshop)
Het Hof stelde vast dat de administratie van een coffeeshop zeer gebrekkig en oncontroleerbaar was, kennelijk bedoeld om omzet en winst buiten de aangiften te houden. Door aangifte te doen op basis van deze administratie heeft belanghebbende bewust onjuiste aangiften gedaan. Boetes ex art. 67d AWR waren terecht.
De Hoge Raad bevestigde: bewijs van opzet kan worden gebaseerd op gedragingen die zozeer op een onjuiste aangifte gericht zijn dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan. Het Hof baseerde zijn oordeel op vaststaande feiten; belanghebbende ontzenuwde dit niet.
Kortom: wie aangifte doet op basis van een ondeugdelijke administratie aanvaardt bewust de aanmerkelijke kans op fouten. Ontzenuwen van zo’n vermoeden is lastig; beter is de feiten en omstandigheden die daaraan ten grondslag worden gelegd, te bestrijden.
Grove schuld (vastgoedondernemer)
In een andere zaak ging het om een vastgoedexploitant die vrijgestelde verhuur niet goed in de administratie verwerkte. Daardoor werd ten onrechte btw afgetrokken en niet gesuppleerd. De inspecteur legde boetes op (art. 67f en 10a AWR).
Het Hof oordeelde dat van een ervaren exploitant mag worden verwacht dat hij de administratie zo inricht dat foutieve aftrek wordt voorkomen. Door dit na te laten, handelde belanghebbende lichtvaardig en slordig: grove schuld.
De Hoge Raad bevestigde dit. Er was geen sprake van bewijsvermoedens; de boetes waren gebaseerd op vastgestelde feiten en het normatieve uitgangspunt dat van een ervaren ondernemer een correcte administratie mag worden verwacht (HR 18 juli 2025, nr. 24/00100, ECLI:NL:HR:2025:1169).
Waar ging het mogelijk mis? Belanghebbende bestreed de feitelijke oordelen in cassatie niet. Mogelijk waren er ook geen argumenten om die te bestrijden.
Verzwaarde bewijslast bij andere vereisten?
Tot slot: geldt de verzwaarde bewijslast ook voor andere boetevereisten, zoals het ontbreken van vrijwillige verbetering (art. 67n AWR)? Nee. Volgens de Hoge Raad (HR 18 juli 2025, nr. 23/04710, ECLI:NL:HR:2025:1062 ) geldt deze zwaardere eis alleen voor de bestanddelen van het beboetbare feit zelf. Voor andere vereisten mag de inspecteur volstaan met een niet-ontzenuwd vermoeden gebaseerd op aannemelijke feiten.
In de praktijk
De arresten verrassen niet: bewijs via vermoedens kon al, en de Hoge Raad verwijst naar eerdere rechtspraak.
Wat is nieuw?
De Hoge Raad benadrukt dat de feiten en omstandigheden die aan een vermoeden ten grondslag liggen overtuigend moeten worden bewezen. Hiervoor geldt dus de verzwaarde bewijslast.
Ontzenuwen van opzet-vermoeden
Ontzenuwen is lastig: het vermoeden moet zó sterk zijn dat er nauwelijks een andere conclusie mogelijk is. Contra-indicaties zijn denkbaar, maar de Hoge Raad verduidelijkt niet welke. In de praktijk zul je je vooral moeten richten op de onderliggende feiten.
Voorbeeld coffeeshop: Voorkom dat de administratie als “zeer gebrekkig” wordt vastgesteld. Leg nadruk op wat wél klopt, zodat het beeld minder zwaar uitvalt.
Vastgoedondernemer
Voor de vastgoedexploitant had de zaak weinig kans. Het Hof vond dat van een ervaren exploitant mag worden verwacht dat hij fouten voorkomt. Verweer zou kunnen liggen in de vraag of hij wel zo ervaren was. Maar zelfs dan zou hem worden verweten dat hij deskundige hulp had moeten inroepen; grove schuld was dus moeilijk te vermijden.
Verzwaarde bewijslast en andere vereisten
Deze geldt alleen voor bestanddelen van het beboetbare feit. Voor andere vereisten, zoals tijdig inkeren, geldt dit niet – een evident oordeel van de Hoge Raad.