Beleidsrichting “Direct aanpassen”: Een modernisering of een manier om navordering makkelijker te maken?

Eind maart verscheen beleidsrichting direct aanpassen. Het beleidsdocument bevat een eerste voorstel om het systeem van heffing te wijzigen.

De voorgestelde wijzigingen moeten het heffingssysteem eerlijker, eenvoudiger en moderner maken. Volgens het Ministerie van Financiën sluit het wettelijk systeem niet aan bij de moderne techniek.

Het beleidsstuk betreft een eerste versie, een eerste opzet. Nog niet alles is uitgekristalliseerd en op een aantal punten moeten nog keuzes worden gemaakt.

Dat neemt niet weg dat het zinvol is om kennis te nemen van de voorgenomen plannen. Ik zal hierna puntsgewijs aangeven wat de voorgenomen wijzigingen inhouden en daarna zal ik ingaan op de gevolgen.

Voorgestelde wijzigingen 

Aanslagbelasting (inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting)

Wijzigingen voor belastingplichtige 

  • Gaat in eerste instantie gelden voor inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

  • Aanslagtermijn blijft 3 jaar

  • Tegen een aanslag staat niet langer bezwaar open

  • Belastingplichtige kan om herziening vragen.

  • De herzieningstermijn is 3 jaar en wordt voor belastingplichtige niet verlengd met het verleende uitstel voor het doen van aangifte.

  • Wordt de aanslag pas aan het einde van de aanslagtermijn opgelegd dan wordt de herzieningstermijn verlengd met een half jaar.

  • Als de inspecteur het verzoek om herziening afwijst kan belastingplichtige bezwaar maken.

  • Een verzoek om ambtshalve vermindering na de herzieningstermijn is niet meer mogelijk

  • De mogelijkheid om herziening te vragen wordt mogelijk beperkt bij nieuwe jurisprudentie (wordt onderzocht)

Wijzigingen voor de inspecteur

  • Inspecteur kan de aanslag ten nadele van de belastingplichtige herzien

  • Hieraan zijn geen voorwaarden verbonden 

  • De termijn bedraagt 3 jaar en wordt voor de inspecteur wel verlengd met het verleende uitstel voor het doen van aangifte

  • Het nieuw feit wordt afgeschaft

  • De herzieningstermijn kan onder voorwaarden worden verlengd met 5 jaar (dus 3 + 5= 8 jaar). Gedacht wordt aan kwade trouw (opzet) maar gedacht wordt ook aan gevallen waarin sprake is van grove schuld.

  • Het opleggen van vergrijpboetes blijft mogelijk

  • Er komt een sanctie (vergrijpboete/strafrechtelijke vervolging) als misbruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot herziening

  • Inlichtingenverplichting blijft ongewijzigd en kan dus mogelijk langer worden uitgeoefend (afhankelijk van de herzieningstermijn)

  • Ook aan het bewijsrecht verandert niks. Het leerstuk van de vereiste aangifte en de sanctie, de omkering en verzwaring van de bewijslast, wordt ook van toepassing op een onjuist verzoek op herziening. 

Gevolgen van de voorgestelde wijzigingen

Herstel fouten 

De mogelijkheid voor belastingplichtige om herziening te vragen zijn volgens het beleidsstuk vooral bedoeld om fouten waar geen discussie over bestaat, te herstellen.

Er zou behoefte zijn aan een duidelijk systeem. Het herstellen van fouten gaat vaak via een aanvullende aangifte. Op dit moment hangt het van het moment van indienen van aanvullende aangifte af of het een verzoek om ambtshalve vermindering is of een bezwaar. Dat zou verwarrend zijn voor de belastingplichtige. Voor de inkomstenbelasting geldt sinds 2024 overigens dat ook een na de aanslag ingediende aangifte wordt aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering. De vraag is hoe groot het probleem dan is? Hoeveel vennootschappen dienen zelf de aangifte vennootschapsbelasting in?

Fouten waarover discussie is met de Belastingdienst

De vraag is of dit systeem ook eerlijker is als er een geschil is tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst.

In het beleidsstuk wordt herhaaldelijk naar voren gebracht dat de herziening ten nadele van de belastingplichtige de inspecteur de mogelijkheid geeft om tot een juiste belastingheffing te komen, maar is dat de juiste belastingheffing? Vooralsnog is dat de juiste belastingheffing zoals de inspecteur dat ziet. Als de inspecteur de aanslag herziet, doet hij dat bij voor bezwaar vatbare beschikking, zodat belastingplichtige direct bezwaar kan maken tegen de herziening. Voorafgaand aan de herziening moet de inspecteur de belastingplichtige informeren waarom hij de aanslag gaat herzien. Voor zover ik heb kunnen nagaan geldt de mogelijkheid van direct bezwaar niet als de inspecteur bij de aanslag afwijkt van de aangifte of de aanslag ambtshalve vaststelt. Moet de belastingplichtige bij afwijking van de aangifte eerst om herziening vragen of kan hij meteen bezwaar maken?

Verlenging herzieningstermijn inspecteur met verleend uitstel voor het doen van aangifte

Betreft het een aangifte van een ondernemer dan heeft de inspecteur als snel 4 jaar om de aanslag te herzien. De herzieningstermijn wordt voor de inspecteur immers verlengd met het verleende uitstel voor het doen van aangifte. De herzieningstermijn voor belastingplichtige wordt niet verlengd met het verleende uitstel voor het doen van aangifte. Waarom niet?

Aan de mogelijkheid om te herzien zijn verder geen voorwaarden verbonden. Het nieuw feit wordt afgeschaft. Wel moet de inspecteur zich bij de uitoefening van zijn bevoegdheden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur houden. Mogelijk gaat het vertrouwensbeginsel dan een grotere rol spelen, bijvoorbeeld als al eerder voor het opleggen van de aanslag over de aangelegenheid is gecorrespondeerd, tenzij sprake is van kwade trouw of grove schuld?

Verlenging herzieningstermijn naar 8 jaar

De termijn om te herzien (na te vorderen) wordt voorts langer, in totaal 8 jaar, als sprake is van kwade trouw (opzet) en de mogelijkheid om langer te herzien wordt mogelijk uitgebreid met gevallen waarin sprake is van grove schuld.

Afschaffing mogelijkheid ambtshalve vermindering

De mogelijkheid om een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen wordt afgeschaft. Volgens het beleidsstuk heeft het verzoek om ambtshalve vermindering beperkingen. Zo kan nieuwe jurisprudentie niet tot vermindering van de belastingaanslag leiden. Als voorbeeld wordt genoemd het arrest van de Hoge Raad over box 3, waarin is beslist dat het zogeheten kerstarrest nieuwe jurisprudentie vormt in de zin van art. 45aa Uitvoeringsregeling Wet inkomstenbelasting 2001. Dat de staatssecretaris zelf rechtsherstel had kunnen bieden wordt gemakshalve maar even vergeten.

Volgens het beleidsstuk is de mogelijkheid van ambtshalve vermindering ook niet meer nodig omdat herziening mogelijk is en daaraan geen beperkingen zijn verbonden. Opgemerkt wordt vervolgens dat wel wordt overwogen om herziening niet altijd toe te staan bij nieuwe jurisprudentie. Overigens zou geen beperkingen bij herziening ook betekenen dat de inspecteur aanslagen kan herzien op grond van nieuwe jurisprudentie.

Aangiftebelastingen (omzetbelasting/loonbelasting)

De wijziging van de heffingssystematiek gaat ook gelden voor de omzetbelasting en de loonbelasting, maar het beleidsstuk gaat daar niet echt diep op in. Een groot deel van beleidsstuk gaat over de inkomstenbelasting. 

Wijzigingen belastingplichtige

  • Belastingplichtige kan om herziening vragen van de op aangifte betaalde belasting

  • Herziening van een teruggaaf is mogelijk

  • De herzieningstermijn is 3 jaar

  • Termijn vangt aan na het kalenderjaar waarop de belastingschuld betrekking heeft

  • Een verzoek om herziening kan betrekking hebben op een kalenderjaar of meerdere tijdvakken

  • Herziening van door het systeem opgelegde naheffingen is ook mogelijk

Wijzigingen inspecteur

  • Naheffing na onderzoek blijft mogelijk

  • Tegen een naheffing blijft bezwaar en beroep mogelijk.

Gevolgen

Voor aangiftebelastingen zijn de gevolgen minder groot dan voor de aanslagbelastingen. Het systeem van de herziening gaat als ik het goed zie alleen gelden voor de belastingplichtigen.

Voor de inspecteur blijft gelden dat hij kan naheffen. Over de termijn van naheffing wordt niks vermeld. Ik ga er vooralsnog vanuit dat die termijn 5 jaar blijft.

Een moderner en eerlijker systeem of een manier om navordering makkelijker te maken?

Ik meen dat sprake is van het laatste. Ik kan begrijpen dat er wordt nagedacht over een ander systeem van heffing. Ik vind het ook prima als het kabinet vindt dat de mogelijkheden voor navordering/herziening moeten worden verruimd, maar doe dan niet of dit een eerlijker systeem is dat meer rechtsbescherming biedt aan belastingplichtige, want dat is niet zo.

Als dit nieuwe systeem wordt ingevoerd verkeren belastingplichtigen langer in onzekerheid. Na het opleggen van de aanslag is de kous niet af. De inspecteur kan zonder nadere voorwaarden de aanslag herzien, mogelijk ook naar aanleiding van nieuwe jurisprudentie.

De mogelijkheid voor de belastingplichtige om vermindering van de aanslag te vragen worden beperkt. De termijn wordt korter, in het ergste geval maar 6 maanden. Mogelijk worden er ook beperkingen aan de mogelijkheid om herziening te vragen verbonden. Er wordt in ieder geval nagedacht over een beperking voor nieuwe jurisprudentie.

Daarnaast worden de mogelijkheden voor de inspecteur om de aanslag te herzien ruimer. Het nieuw feit wordt afgeschaft en de termijn wordt in geval van kwade trouw en mogelijk ook grove schuld verlengd naar 8 jaar in plaats van 5 jaar.

Het is de vraag of dit voorstel de eindstreep gaat halen, maar duidelijk wordt dat de wetgever de mogelijkheden om op een later moment alsnog inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting te heffen wil verruimen.

Vorige
Vorige

Directeur BV krijgt boete wegens feitelijk leidinggeven: Is dat terecht?

Volgende
Volgende

Kan de inspecteur navorderen als hij al voor het opleggen van de aanslag met het inkomen bekend was?