Moet de Belastingdienst in bezwaar het dossier aan belastingplichtige toesturen?

Deze vraag stond centraal in de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 2024, nr. 22/04807, ECLI:NL:HR:2024:289.

 Uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden

Volgens het Hof heeft een belastingplichtige, die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om te worden gehoord, op zijn verzoek ook recht op toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken, eventueel tegen vergoeding van de kosten. Afwijzing van dat verzoek kan volgens het Hof slechts worden gerechtvaardigd door zwaarder wegende belangen van het bestuursorgaan ten opzichte van de belangen van belanghebbende bij een effectieve en doelmatige besluitvorming, in de omstandigheden van het geval (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2022, nr. 22/00519, ECLI:NL:GHARL:2022:9502).

Uitgangspunten van het inzagerecht

De Hoge Raad heeft het inzagerecht gekoppeld aan het horen in bezwaar. Als belastingplichtige niet hoeft te worden gehoord, dan heeft hij ook geen recht op inzage in de stukken. Op basis van de wet vindt horen in fiscale zaken plaats op verzoek. Voor Rijksbelastingzaken wordt hiervan afgeweken en geldt op basis van par. 9 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht dat het initiatief voor een hoorgesprek bij de inspecteur ligt. Voor lokale heffingen geldt dit beleid dus niet.

Het recht op een afschrift van de stukken is in de wet neergelegd in aansluiting op het inzagerecht. Er bestaat geen recht op een afschrift van de stukken als geen recht op inzage bestond omdat een hoorgesprek achterwege kon blijven (HR 18 augustus 2023, nr. 22/00170, ECLI:NL:HR:2023:1107).

In dit arrest van 18 augustus 2023 beslist de Hoge Raad voorts dat terinzagelegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken ook via elektronische weg kan plaatsvinden, bijvoorbeeld door belastingplichtige toegang te geven tot die bestanden. Het is aan bestuursorgaan om een keuze te maken op welke wijze inzage in de stukken wordt verleend. Bij het maken van die keuze dienen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te worden genomen. Als het bestuursorgaan er voor kiest om de stukken voorafgaand aan het hoorgesprek aan belastingplichtige toe te zenden (elektronisch of op papier), kan het bestuursorgaan niet worden tegengeworpen dat de op  de zaak betrekking hebbende stukken niet ter inzage zijn gelegd.

Arrest van 15 maart 2024

De Hoge Raad herhaalt dat het recht op een afschrift van de stukken in de wet is neergelegd in aansluiting op het inzagerecht. De Hoge Raad beslist vervolgens dat als geen gebruik is gemaakt van het inzagerecht, belastingplichtige ook geen recht heeft op een afschrift van de stukken.

In deze zaak heeft belastingplichtige geen gebruik gemaakt van zijn inzagerecht en heeft dus ook geen recht op een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De uitspraak van het Hof is op dit punt niet juist.

Ten overvloede merkt de Hoge Raad op dat als recht bestaat op de afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken, deze in persoon op het kantoor van het bestuursorgaan kunnen worden overhandigd, maar ook per post of digitaal kunnen worden opgestuurd.

In de praktijk

Er bestaat in bezwaar geen algemeen recht op een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het recht op een afschrift van de stukken bestaat alleen als er gebruik is gemaakt van het inzagerecht. De inzage kan op 2 manieren plaatsvinden. Afhankelijk van de manier waarop inzage wordt verleend, is bepalend of belastingplichtige nog behoefte heeft aan een afschrift van de stukken.

Inzagerecht (art. 7:4 Awb)

Het recht op inzage is gekoppeld aan het horen. Als een hoorgesprek achterwege kon blijven bestaat ook geen recht op inzage.

Inzage op kantoor Belastingdienst

De inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken kan plaatsvinden op kantoor van de Belastingdienst. De belastingplichtige heeft vervolgens recht op afschrift van de ter inzage gelegde stukken. Tijdens de inzage kan worden aangegeven van welke stukken belastingplichtige of zijn gemachtigde een afschrift wil ontvangen. De afschriften kunnen ter plekke worden overhandigd of later worden toegestuurd (per post of digitaal). Om te kunnen nagaan of van alle aangegeven stukken een afschrift is ontvangen, is het handig om tijdens een inzage hiervan een lijstje te maken.

Digitale inzage/ inzage langs elektronische weg

De inzage kan ook digitaal of langs elektronische weg plaatsvinden. Het dossier wordt dan via een portal gedeeld. In dat geval zal geen verdere behoefte bestaan aan een afschrift van de stukken want belastingplichtige heeft de stukken immers al ontvangen.

Keuze van de Belastingdienst

Uitgangspunt is dat de Belastingdienst beslist op welke wijze de inzage plaatsvindt. Hierbij moeten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen. Naar mijn mening zal van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet snel sprake zijn. Inzage via digitale weg kan niet door belastingplichtige worden afgedwongen.

 

Vorige
Vorige

Hoe moet het evenredigheidsbeginsel worden getoetst?

Volgende
Volgende

Wanneer heeft belastingplichtige een procesbelang?