Schadevergoeding overschrijding redelijke termijn vanaf belang €1.000
Op 10 juni 2011 heeft de Hoge Raad beslist dat geschillen in belastingzaken binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld (HR 10 juni 2011, nr. 09/02639, ECLI:NL:HR:2011:BO5046). De Hoge Raad heeft hiervoor een aantal uitgangspunten geformuleerd.
Op 19 februari 2016 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen (HR. 19 februari 2016, nr. 14/03907, ECLI:NL:HR:2016:252). In dit arrest heeft de Hoge Raad alle uitgangspunten die gelden bij het vaststellen van de redelijke termijn en de gevolgen van overschrijding daarvan op een rij gezet. Op 14 juni 2024 heeft de Hoge Raad een aanvulling hierop gedaan (HR 14 juni 2024, nr. 22/04592, ECLI:NL:HR:2024:853).
Ik heb de uitgangspunten hieronder voor je op een rij gezet. Deze aanvulling/wijziging van 14 juni 2024 is ook hieronder opgenomen.
Uitgangspunten behandeling binnen een redelijke termijn
Termijn
De termijn vangt aan op het moment dat de inspecteur het bezwaarschrift heeft ontvangen en eindigt op het moment dat de rechter uitspraak doet in de hoofdzaak (over de belastingaanslag).
Bij de beoordeling of de behandelduur redelijk is, moet niet alleen naar de afzonderlijke fases (bezwaar, beroep, hoger beroep etc) maar ook naar de totale behandelduur van de zaak.
Uitgangspunten vaststellen redelijke termijn
-De behandelduur van het bezwaar en beroep samen is 2 jaar. In deze termijn is tevens een eventuele verzetprocedure begrepen.
-Het Hof moet ook in beginsel binnen 2 jaar uitspraak doen in hoger beroep.
-De cassatieprocedure mag ook 2 jaar in beslag nemen.
-Als de Hoge Raad de zaak verwijst naar het Hof, doet het Hof binnen 1 jaar uitspraak.
Bijzondere omstandigheden
Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven de termijn te verlengen. De Hoge Raad rekent tot die bijzondere omstandigheden onder meer:
-De ingewikkeldheid van de zaak (fiscale complexiteit, nader onderzoek)
-De invloed van belastingplichtige en/of zijn gemachtigde op de duur van het proces (herhaaldelijk verzoek om verlenging van gestelde termijnen).
Geen bijzondere omstandigheden zijn:
-termijn van 4 weken voor het herstellen van een verzuim in het bezwaar- of beroepschrift. Uitstel van 4 weken voor het indienen van processtukken levert ook geen bijzondere omstandigheid op.
-Een eerste uitstel voor een zitting.
-Schorsing van een onderzoek ter zitting in verband met een verzoek om wraking.
-Behandeling van een verzoek om geheimhouding (art. 8:29 Awb).
-Het horen van getuigen.
Niet telt mee:
-Termijn die gemoeid is met het verkrijgen van een prejudiciële beslissing.
-Aanhouding van de zaak in afwachting van een prejudiciële beslissing in een vergelijkbare zaak. Belastingplichtige kan zijn bezwaren tegen de aanhouding uiten.
Gevolgen overschrijding redelijke termijn
Als de redelijke termijn overschreden wordt, behoudens bijzondere omstandigheden, verondersteld dat belastingplichtige immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. Het bestuursorgaan of de Staat kan in dat geval tot een vergoeding van de schade worden veroordeeld.
Een ongegrond beroep staat niet aan een schadevergoeding in de weg. Ook als belastingplichtige geen gelijk moet krijgen, kan het te lang hebben geduurd. Voor een schadevergoeding is het ook niet nodig dat belastingplichtige heeft aangedrongen op een spoedige behandeling van zijn zaak.
Geen spanning en frustratie wordt verondersteld als sprake is van bijzondere omstandigheden. Een gering financieel belang kan als een bijzondere omstandigheid worden aangemerkt.
Hoogte van de schadevergoeding
Als de redelijke termijn is overschreden moet voor de schadevergoeding als uitgangspunt worden gehanteerd een tarief van €500 per half jaar waarmee die termijn is overschreden. Het totaal van de overschrijding moet naar boven worden afgerond. Bij een overschrijding van 8 maanden bedraagt de schadevergoeding €1.000.
Samenhangende zaken
Als belastingplichtige meerdere zaken heeft lopen over hetzelfde onderwerp, wordt slechts eenmaal het tarief van €500 per half jaar vergoed. Als de zaken niet tegelijkertijd zijn gaan lopen, moet worden gekeken naar de zaak waarin als eerste een rechtsmiddel is aangewend.
Financieel gering belang
De rechter kan volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden als het financiële belang gering is. Er wordt in dat geval geen schadevergoeding toegekend. In zijn arrest van 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad beslist dat sprake is van een financieel gering belang, als het financiële belang minder is dan €15 (HR 24 februari 2017, nr. 16/02302, ECLI:NL:HR:2017:292).
Financieel belang verhoogd naar €1.000
In zijn arrest van 14 juni 2024 heeft de Hoge Raad zijn rechtspraak hierover gewijzigd.
De Hoge Raad heeft beslist dat als het financieel belang niet meer dan €1.000 bedraagt en de termijn met niet meer dan 12 maanden is overschreden, de rechter in dat geval kan volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Er wordt in dat geval geen schadevergoeding toegekend.
Bij de beoordeling van de omvang van het financiële belang moet worden gekeken naar het financiële voordeel dat belastingplichtige in de hoofdzaak kan behalen als zijn standpunt wordt gevolgd. Proceskostenvergoedingen en schadevergoedingen tellen hierbij niet mee. Per fase (bezwaar, beroep, hoger beroep etc) moet worden bepaald wat het financiële belang van belastingplichtige is.
Meestal is het financiële belang duidelijk, maar dat is niet altijd zo, bijvoorbeeld in WOZ-zaken, dan moet belastingplichtige de feiten stellen, en bij betwisting aannemelijk maken, op grond waarvan het financiële belang kan worden vastgesteld.
In de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 bedroeg het financiële belang van belastingplichtige €0,80. Belastingplichtige had een rentevergoeding gekregen van het Waterschap De Dommel van €1,20, maar belastingplichtige meende dat dit €2 moest zijn. Zowel rechtbank als Hof hebben beslist dat de redelijke termijn was overschreden maar dat wegens het geringe financiële belang geen schadevergoeding wordt toegekend.
Hiertegen is dus cassatie ingesteld. De Hoge Raad wijst niet alleen het beroep in cassatie af maar ziet meteen aanleiding om het bedrag van €15 fors te verhogen naar €1.000.
Ik kan mij niet voorstellen dat het belastingplichtige om die €0,80 was te doen. Over lokale heffingen wordt vaak geprocedeerd door zogenoemde no-cure-no-pay bureaus. Hierbij staat niet altijd het belang van de belastingplichtige voorop en wordt er alleen geprocedeerd om proceskosten- en schadevergoedingen te verkrijgen. Daarvoor is de rechtsbescherming niet bedoeld. Ik ben er voorstander van dat dit wordt aangepakt.
In de praktijk
Beroep op doen
Een schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn wordt niet ambtshalve toegekend. Als je meent dat de redelijke termijn is overschreden moet je er een beroep op doen. Doe het zoveel mogelijk in de stukken, maar het kan ook nog op de zitting.
Bij boetes is dat anders. Bij boetes geldt ook dat behandeling binnen een redelijke termijn moet plaatsvinden. Bij boetes moet de rechter ambtshalve toetsten of de redelijke termijn is overschreden en daarvoor compensatie bieden. In de praktijk betekent dat de boete wordt verminderd. Overigens is het verstandig om er ook in boetezaken een beroep op te doen. Zo voorkom je dat het over het hoofd wordt gezien.
Boete en belastingaanslag in geschil
Als zowel een boete als de belastingaanslag in geschil is, kan de redelijke termijn 2x worden overschreden. Voor boetes en belastingaanslagen worden dezelfde termijnen als uitgangspunt gehanteerd. De termijnen beginnen alleen niet op hetzelfde moment te lopen. Voor boetes geldt dat de redelijke termijn uiterlijk begint te lopen op het moment dat de boete wordt aangekondigd. De redelijke termijn in belastingzaken vangt aan op het moment dat het bezwaarschrift is ingediend.
Wanneer doe je er een beroep op?
Het gaat voornamelijk spelen als er na bezwaar ook beroep wordt ingesteld, maar ook een bezwaarfase kan veel tijd in beslag nemen. Een langere behandelduur van het bezwaar kan in het belang van je cliënt zijn. Misschien moet er nog iets nader worden onderzocht of is er tijd nodig om stukken te verkrijgen. Het is dan de vraag of je de inspecteur onder druk wilt zetten door hem te wijzen op een lange behandelduur.