Wat brengt het wetsvoorstel ‘Wet versterking waarborgfunctie Awb’?

Sinds 1 februari 2024 ligt ter consultatie het wetsvoorstel ‘Wet versterking waarborgfunctie Awb’. Ik ben positief over wat ik las. Van een aantal voorgestelde bepalingen vraag ik me af waarom het nodig is om dat in de wet vast te leggen. Zou een bestuursorgaan dat sowieso niet moeten doen? Bijvoorbeeld, de mogelijkheid om in een bezwaarprocedure meer informeel te overleggen met de belastingplichtige. Ik heb een aantal belangrijke voorgestelde wijzigingen en aanpassingen voor je op een rij gezet.

1.     Dienstbaarheid

In het voorgestelde art. 2:4a Awb is bepaald dat het bestuursorgaan zich bij het uitoefenen van zijn taak dienstbaar opstelt. Dienstbaarheid moet de grondhouding zijn van het bestuursorgaan. Dat uit zich bijvoorbeeld in duidelijke communicatie en het stellen van vragen aan de betrokkene, zodat inzicht wordt verkregen in de belangen van de burger.

2.     Aanpassing van het evenredigheidsbeginsel

Voorgesteld wordt voorts om de toepassing van het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb) uit te breiden. De Belastingdienst en de belastingrechter krijgen de mogelijkheid om het evenredigheidsbeginsel toe te passen bij een wet in formele zin. Zo zouden situaties als ontstaan bij de kinderopvangtoeslag affaire moeten worden voorkomen. De rechter en Belastingdienst krijgen dus de mogelijkheid om in te grijpen bij situaties die wetgever niet heeft voorzien en die niet de bedoeling van de wetgever kunnen zijn geweest. Uit de toelichting maak ik op dat het de bedoeling is dat de rechter terughoudend optreedt.

Ook art. 4:84 Awb wordt aangepast. Het artikel bepaalt – kort en bondig - dat als toepassing van een beleidsregel in de praktijk wegens bijzondere omstandigheden onevenredig uitpakt, toepassing van die beleidsregel achterwege moet blijven. In het voorgestelde artikel worden de ‘bijzondere omstandigheden’ geschrapt. Het uitgangspunt blijft dat een beleidsregel wordt toegepast.

3.     Invordering schulden

 Ook verandert er het een ander bij de inning van bestuurlijke schulden. Voorgesteld wordt bijvoorbeeld om de betalingsregeling te definiëren (art. 4:85 Awb). Nu wordt de term uitstel van betaling gebruikt. Een betalingsregeling is ook een vorm van uitstel van maar dat is kennelijk onvoldoende duidelijk.

Een ander voorstel is om de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen of om daarom te verzoeken op het aanslagbiljet op te nemen (art. 4:86, lid 2 onder c, Awb). Voorts wordt voorgesteld om op het aanslagbiljet ook de gevolgen van niet betalen te vermelden (in rekening van renten en kosten) (art. 4:86, lid 2 onder d, Awb). Deze gegevens moeten ook bij de aanmaning worden opgenomen (art. 4:111 Awb).

4.     Verschoonbaarheid te laat ingediend bezwaar of beroep

 De lat bij de verschoonbare termijnoverschrijding komt lager te liggen.  Er zal eerder sprake zijn van verschoonbare termijnoverschrijding. In de voorgestelde tekst van art. 6:11 Awb kunnen bijzondere persoonlijke omstandigheden ertoe leiden dat niet tijdig bezwaar of beroep is ingesteld. Ook andere redenen kunnen tot verschoonbare termijnoverschrijding leiden.

Als de indiener van een bezwaar of beroepschrift pas na het verstrijken van de indieningstermijn met de belastingaanslag bekend is geworden en deze is wel goed is bekendgemaakt, is het redelijk om hem een langere termijn te gunnen dan de 14 dagen die nu vaak wordt gehanteerd.

5.     Rechtsmiddelenverwijzing

Om te late bezwaar- of beroepschriften te voorkomen, wordt voorgesteld om de rechtsmiddelenverwijzing aan te passen (artt. 3:45 Awb en 6:23 Awb). De rechtsmiddelenverwijzing moet niet alleen vermelden dat binnen 6 weken bezwaar- of beroep kan worden ingesteld, maar moet ook vermelden wanneer deze termijn eindigt (op welke datum) en welke gevolgen het niet tijdig indienen heeft (geen inhoudelijke behandeling). Daarnaast wordt voorgesteld om de betrokkene erop te wijzen dat in eerste instantie kan worden volstaan met het indienen van een pro-forma bezwaar- of beroepschrift.

Op het aanslagbiljet of in de uitspraak op bezwaar moet, als dit voorstel wet wordt, ook mededeling worden gedaan, hoe belastingplichtige contact kan opnemen met de Belastingdienst. Het heeft mijn voorkeur om de contactgegevens van een concrete ambtenaar te vermeldenen niet het algemene nummer van de belastingtelefoon. 

 6.     Inzage in dossier

Het wordt mogelijk om voor indiening van een bezwaar inzage te krijgen in de op de zaak betrekking hebbende stukken. Bij het aanslagbiljet moet er mededeling van worden gedaan op welke wijze belastingplichtige kennis kan nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken (art. 3:45b Awb). De invoering van deze bepaling zou betekenen dat belastingplichtige eerder kennis kan nemen van de op zaak betrekking hebbende stukken dan nu het geval is.

 7.     Informeel overleg bezwaar

Het nieuw in te voeren art. 7:1b Awb bepaalt dat de Belastingdienst in overleg met de indiener van het bezwaar de mogelijkheden van de afdoening van het bezwaar gaat onderzoeken, in plaats van meteen de formele bezwaarprocedure in te zetten. Volgens de toelichting zijn er al overheidsinstellingen die op die manier werken en daar worden goede resultaten mee behaalt.

 8.     Motiveringsbeginsel

De motivering van een besluit moet in begrijpelijke taal en ook de onderbouwing van het besluit moet begrijpelijk zijn. Het moet inzicht geven in de gedachtegang van het bestuursorgaan/Belastingdienst. Dat geldt nu ook al maar dat wordt duidelijker in de wet vastgelegd. 

9.     Tussen uitspraak en bewijsopdrachten (burgerlijke lus)

Tussenuitspraken worden nu al gedaan door de belastingrechter, maar dat krijgt een wettelijke basis. Ook krijgt de rechter de mogelijkheid om belastingplichtige bij tussenuitspraak een bewijsopdracht te geven. Een goede aanvulling denk ik.

 In de praktijk

Ik vind de voorgestelde wijzigingen en toevoegingen positief. Volgens mij kunnen veel van de voorgestelde regelingen nu ook al worden toegepast.

Dienstbaar opstellen

Het dienstbaar opstellen zou nu toch ook al de norm moeten zijn en niet pas na vastlegging in een wettelijke regeling.

Verschoonbaarheid termijnoverschrijding

De gevolgen van een niet verschoonbare termijnoverschrijding zijn groot, maar het kan iedereen overkomen. Ik had vorige maand een verzetzaak omdat een adviseur te laat beroep had ingesteld. Deze zaak is goed afgelopen omdat de Hoge Raad al best goede rechtsbescherming biedt, maar met name rechtbanken passen de wet vrij strikt toe. Aanpassing van de wettelijke regeling kan eraan bijdragen dat er meer ruimte komt om de zaak toch inhoudelijk te behandelen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft de rechtsregel onlangs al aangepast (CBB, 30 januari 2024, nr. 22/1049, ECLI:NL:CBB:2024:31).

Rechtsmiddelenverwijzing in begrijpelijke taal

Ik ben er ook absoluut voorstander van om de belastingplichtige in begrijpelijk taal meer informatie te geven over de bezwaar- en beroepsprocedure. Ook vind ik het een goed idee om belastingplichtigen te wijzen op de gevolgen van het niet tijdig indienen van een bezwaar of beroep.

Mogelijkheid betalingsregeling

Ook het geven van informatie over de mogelijkheid van een betalingsregeling en het wijzen op de gevolgen van niet betalen aan de invorderingskant vind ik positief.

Overleg bezwaar

Datzelfde geldt voor het informele overleg in bezwaar. Als andere overheidsinstanties dat nu al doen. Waarom wachten? Daar heb je geen wettelijke regeling voor nodig.

Motiveringsbeginsel

De aanpassing van de bepaling over de motivering zou niet nodig moeten zijn. Ik vind overigens dat de inspecteur zijn uitspraken beter zou moeten motiveren. Dat laat vaak te wensen over. De belastingrechter zou daar ook kritischer op mogen zijn. Een gebrekkige motivering heeft nu geen (materiele) gevolgen.

 Burgerlijke lus

Het invoeren van de mogelijkheid om belastingplichtige een bewijsopdracht te geven, is een goede aanvulling maar ik denk niet dat dit vaak zal worden toegepast. Dat betekent namelijk dat procedures (nog) langer gaan duren. Het zou jammer zijn, want het zou kunnen bijdragen aan betere beslissingen. Beslissingen die recht doen aan de situatie.

Vorige
Vorige

Kun je de verdeling van gezamenlijke inkomensbestanddelen bij navordering nog volledig wijzigen?

Volgende
Volgende

Is er sprake van dividendstripping?